Plantentuin Meise



Kokosnoot
(Cocos nucifera)

  • Palmenfamilie (Arecaceae)
  • Herkomst : Vrij onduidelijk. Westkust van Zuid-Amerika of oostelijk Zuidoost-Azië
  • Waar te zien in de Plantentuin : Serre E en de kas met de tropische economische planten "Mabundu"

Kokospalmen in Frans Guiana

Hagelwitte tropische stranden met wuivende palmen zijn voor velen hét beeld van het paradijs op aarde. De wuivende kokospalm is dan ook een godsgeschenk. Bijna elk onderdeel van de plant wordt gebruikt. In een groot deel van de tropen zou het menselijk bestaan, zonder de kokospalm, schier onmogelijk zijn. De boom levert eten, drinken, vezels, dakbedekking, geneesmiddelen, olie, hout, brandstof en huishoudgereedschap.

De vrucht
De kokosnoot, zoals ze in onze winkels aangeboden wordt, is slechts een klein deel van de ganse vrucht. De eigenlijke vrucht is veel groter (tot 30 cm lang en 1.5 kg zwaar) en bestaat uit een groen-bruine, gladde, buitenste vruchtlaag, vergelijkbaar met de schil van een sinaasappel. Daaronder bevindt zich een dikke, bruine, vezelige laag, het mesocarp. Dit komt overeen met de witte vezelige laag van een sinaasappel. Vaak hangen er nog restanten van deze laag aan de kokosnoot. Tenslotte is er de binnenste laag van de vrucht, het endocarp, vergelijkbaar met het vruchtvlees van een sinaasappel. Dit is de harde, houtige laag die onze kokosnoot omgeeft. Net zoals er in een sinaasappel zaadjes zitten, zit er in elke vrucht van de kokospalm één zaad. Een kokosnoot is één groot zaad omgeven door de houtige binnenste vruchtwand. Het witte vlees (het endosperm) van de kokosnoot is de voedselvoorraad van het zaad. Ook de vloeibare kokosmelk maakt deel uit van deze reserve. Het dunne, brosse, bruine laagje wat vaak tegen het vlees aankleeft is de buitenste wand van het zaad.

De plant
De kokospalm is een modelpalm, op een hoge, onvertakte, stam staat een brede kroon van geveerde bladeren. De plant wordt 20 tot 30 meter hoog en bereikt een leeftijd van 80-100 jaar. De hoge grijze stam draagt ringvormige bladlittekens. De bladeren kunnen tot zes meter lang worden en zijn geveerd, met een duidelijke verstevigde centrale schacht. Deze centrale schacht heeft een diepe aflopende groef in haar bovenzijde. Water dat op het blad valt loopt dus, via deze groef, snel richting stam. De palm fungeert als een grote trechter om meer water op te kunnen vangen! Aan de gezwollen voet van de stam vormt de plant een grote massa bijwortels, deze verankeren de plant in de bodem en nemen het water op. Na ongeveer zes jaar kan de plant gaan bloeien. De twee meter lange bloeiwijzen ontstaan in de oksels van de bladeren en hangen omlaag. Er worden zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen gevormd. De mannelijke bloemen worden in grote getale (200-300) aangelegd en gaan veel vroeger open dan de vrouwelijke bloemen van dezelfde bloeiwijze. Hierdoor wordt er verhinderd dat de plant zichzelf zou bevruchten. Van de vrouwelijke bloemen worden er slechts 20 tot 40 aangelegd. Deze openen zich na de mannelijke bloemen en worden bestoven door stuifmeel van andere kokospalmen. Uit de vrouwelijke bloemen ontstaan hierna de vruchten.

Een drijvend begin
De vruchten groeien uit aan de boom en na ongeveer een half jaar, als ze rijp zijn, vallen ze af. De volledige vruchten drijven, door de middelste vezellaag, die veel lucht bevat. Op deze manier kan de kokospalm zich verspreiden langs de kusten van alle tropische gebieden. Overal waar de temperatuur constant tussen 27 en 32°C ligt, de lucht-vochtigheid hoog is en de bodem goed draineert kan de palm groeien. De kieming verloopt zeer langzaam, pas na vier maanden zal het eerste blad te voorschijn komen. Hiervoor zal de stevige wand van de kokosnoot moeten doorboord worden. Deze wand is het dunst ter hoogte van één van de drie cirkel-vormige littekens die we op de noot zien. Hierlangs zal het eerste blad uitgroeien, door dezelfde opening groeit later de eerste wortel. In sommige tuinbouwbedrijven verkoopt men dergelijke gekiemde kokos-noten. Door de ongunstige condities in de huiskamer sterven de planten meestal vrij snel af. De eerst gevormde bladeren zijn volledig anders van vorm dan de oudere bladeren (bladdimorfisme). Aanvankelijk zal de plant nauwelijks in de hoogte groeien. De kokospalm heeft, net als alle andere palmen, slechts één groeipunt. Hierdoor kan de stam later niet meer in dikte toenemen. Eerst zal de plant dus dit groeipunt verbreden. Later zal de palm, vanuit dit verbrede groeipunt, in de lengte beginnen te groeien en een dikke stam vormen. Op het einde van zijn leven zal de activiteit van het groeipunt afnemen en wordt de stam bijgevolg dunner.

Gebruik
De kokosnoot wordt in onze streken vooral rauw gegeten. In de tropen wordt er echter vooral kokosolie uit het endosperm gewonnen. Deze olie wordt gebruikt om te koken en industrieel voor de aanmaak van cosmetica en zeep. Verder levert de kokospalm bouwmaterialen en uit de stam en de bladeren kunnen allerlei gebruiksvoorwerpen gemaakt worden. Een andere toepassing, die aan belang wint is het gebruik van de vezels uit de middelste vruchtlaag van de kokosnoot. Deze vezels werden al gebruikt om matten of netten te maken. Ze kunnen echter ook gecomposteerd worden. Hierdoor ontstaat een zuur vezelig substraat, dat ongeveer dezelfde eigen-schappen heeft als turf. Deze kokosturf is zeer geschikt om bv. orchideeën in op te kweken. Echte turf wordt gewonnen uit zure, voedselarme, veenmoerassen. Deze biotopen worden, ondermeer door de turfwinning maar ook door overbemesting, steeds zeldzamer. De talrijke dier- en plantensoorten die erin voorkomen worden met uitsterven bedreigd. Door kokosturf te gebruiken in plaats van natuurlijke turf wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het natuurbehoud.

Literatuur
Purseglove, J.W. (1972) Tropical crops : Monocotyledons. Longman
Simpson, B.B. & Conner-Ogorzally, M. (1986) Economic botany. Plants in our world. Mc- Graw-Hill

Voor vragen over een bezoek aan de Plantentuin, contacteer Patrick Bockstael (Tel.: + 32 2 260 09 70).

Plantentuin Meise
Domein van Bouchout
B-1860 Meise