Plantentuin Meise



Mango
(Mangifera indica)

  • Anacardiaceae
  • Herkomst : Oostelijk Indië
  • Waar te zien in de Plantentuin : Kas met de tropische economische planten "Mabundu"

Mangoplantage in Mexico

In de tropen wordt de mango net zoveel gegeten als de appel in de gematigde streken. In 1992 werd er dan ook 17 miljoen ton van deze vruchten geproduceerd (F.A.O., production yearbook, 1992). Het merendeel wordt rechtstreeks op de lokale markten verhandeld en geconsumeerd, slechts een beperkte hoeveelheid bereikt de noordelijke markten.

De plant
Mango's groeien aan stevige, vertakte, immergroene bomen. Deze kunnen tot 40 meter hoog worden en hebben een zeer rijkbebladerde bolvormige kruin. De stevige, leerachtige, bladeren staan spiraalsgewijs ingeplant op de takken. Ze zijn smal en lang (max. 40 cm) en staan op een bladsteel met aan de voet een duidelijk gewrichtje (een pulvinus). De boom vormt een zes meter lange spilwortel die voor de verankering zorgt. Vlak onder het bodemoppervlak ontstaat een dicht netwerk van fijne wortels die voedsel en water uit de bodem opnemen. De bloeiwijze ontstaat op het uiteinde van een jonge tak en draagt duizenden kleine, geelgroene bloemetjes. Er zijn mannelijke en tweeslachtige bloemen. De bloemen trekken, door geur en door nectarproductie, insecten aan. Deze brengen het stuifmeel over naar de stamper van de vrouwelijke bloemen. Uit de vruchtbeginsel ontstaat de vrucht.

De vrucht
Naargelang het geteelde ras variëren de vruchten sterk in grootte. Sommige rassen leveren kleine vruchtjes van ongeveer 2,5 cm, andere produceren reusachtige vruchten van meer dan 25 cm en met een gewicht van ruim 1 kilo. De cultuurvariëteit 'Haden' levert vrij grote vruchten van ongeveer 0,5 kg. Deze variëteit kent een sterke opgang. De vruchten hebben een dunne leerachtige schil. Deze schil, die groen, rood of geel kan zijn, bevat een wit melksap. Sommige mensen reageren allergisch op deze latex. Door de vrucht grondig te schillen kan men dit euvel snel oplossen. Het vruchtvlees kan vezels bevatten. Bij de betere rassen komt dit echter slechts in geringe mate voor. Ook de terpentijnsmaak varieert van ras tot ras. De beste rassen hebben gelig, zacht, vruchtvlees en een milde, zoete smaak.
De vrucht is uitzonderlijk rijk aan vitamine A. Per gewicht bevat de mango 20 keer meer vitamine A dan de sinaasappel.

Gebruik
Mango's voor de export worden onrijp geplukt. De vruchten worden dan in gekoelde laadruimten naar onze streken getransporteerd. Dit proces kan nadelige gevolgen hebben voor de smaak. Mango's die te koel vervoerd werden vertonen vaak grijze vlekken op de schil. De vrucht wordt op drie manieren geconsumeerd. Rijpe vruchten worden rauw gegeten. In Thailand en op de Filipijnen eet men de vrucht het liefst groen en onrijp. Onrijpe vruchten worden ook verwerkt in chutneys of als siropen en pasta's. Uit de pitten bereidt men veevoeder of, in tijden van schaarste, een meel dat geschikt is voor menselijke consumptie.

Teelt
Mango's stellen geen specifieke eisen aan de bodem. Het best groeien ze op een losse, enigszins schrale bodem. De planten zijn vrij goed bestand tegen droogte. Om de vruchten goed te laten rijpen hebben ze zelfs een droogteseizoen van 3 maanden nodig. Om zelf een mangoplant te kweken moet men de pit eerst openbreken. Dat gebeurt best met een scherp mes. Werk de punt van het mes een paar millimeter in het hout en maak dan een draaiende beweging, zodat de dikke wand lichtjes opensplijt. Door het onrijpe plukken heeft het embryo, in de pit, immers niet voldoende voedsel kunnen opslaan. Het is te zwak om op eigen houtje door de wand te breken. Plant de pit in vochtige bladaarde en dek af met plastiek. Na een drietal weken, op een warme plaats in de schaduw, komen de eerste blaadjes tevoorschijn. De plastiek mag dan verwijderd worden en het jonge plantje mag geleidelijk gewend worden aan meer zonlicht. De plant vormt een uitgebreid wortelstelsel en moet in een vrij grote pot geplaatst worden. In ons klimaat zal de mangoboom niet bloeien.

Familieleden
De cashew, Anacardium occidentale, produceert de cashewnoten. In onze streken worden ook de fluweelboom, Rhus tiphyna, en de pruikenboom, Cotinus coggygria, geteeld. Beide groeien in het park en verkleuren in de herfst tot prachtige dieppaarse en rode tinten.

Literatuur
Heywood, V.H. (1993) Bloeiende planten van de wereld. Thieme
Jenuwein, H. (1988) Avocado, Banana, Coffee. How to grow useful exotic plants for fun. British Museum Natural History
Pijpers, D., Constant, J.G. & Jansen K. (1985) Fruit uit alle windstreken. Het Spectrum
Purseglove, J.W. (1968) Tropical crops : Dicotyledons, Volume 1. Longman
Simpson, B.B. & Conner-Ogorzally, M. (1986) Economic botany. Plants in our world. Mc- Graw-Hill
Verheij, E.W.M. & Coronel, R.E. (eds) (1991) Plant resources of South-East Asia vol. 2 Edible fruits and nuts. Pudoc Wageningen.

Voor vragen over een bezoek aan de Plantentuin, contacteer Patrick Bockstael (Tel.: + 32 2 260 09 70).

Plantentuin Meise
Domein van Bouchout
B-1860 Meise