Plantentuin Meise



Passievrucht
(Passiflora)

  • Passiebloemfamilie (Passifloraceae)
  • Herkomst : Zuid-Amerika, Amazonegebied
  • Waar te zien in de Plantentuin: o.a. in de kas met de tropische economische planten "Mabundu"

Passiflora edulis

Een naam in bloed gedrenkt
De eerste Spaanse missionarissen vonden in Zuid-Amerika een klimmende plant die hen een duidelijke rechtvaardiging voor hun bekeringswerk leek. Vooral in de structuur van de bloem lazen zij een diepere betekenis. De vijf kelkbladen en de vijf kroon-bladen waren een verwijzing naar 10 apostelen, Judas en Petrus niet meegeteld. De vijf meeldraden stonden symbool voor de wonden van Christus en de 3 stijlen van de stamper leken op de spijkers waarmee Christus aan het kruis gespijkerd werd. De dubbele bijkroon, zichtbaar als een ring van puntige uitsteeksels, in de bloem, verwees naar de doornenkroon. De ranken waarmee de plant klimt, leken op zwepen en de handvormige bladeren waren de grijpende handen van de soldaten die om Zijn bezittingen dobbelden. Het geheel verbeeldde de dood van Christus en zo werd de plant passiebloem genoemd, Passiflora in het Latijn; edulis verwees natuurlijk droogweg naar de eetbaarheid van de vruchten.

De plant
De passiebloem is een vrij grote klimplant die tot 15 meter hoog kan klimmen. De plant groeit, onder gunstige omstandigheden, zeer snel maar wordt niet erg oud. Hij hecht zich vast met behulp van windende ranken. Op de bladstelen of op de stengels kunnen kleine, langwerpige gele structuurtjes voorkomen. Deze lijken enigszins op vlindereitjes. Vlinders die deze nep-eitjes waarnemen zullen geen eitjes leggen op de plant. Op deze manier voorkomt de passiebloem rupsenvraat. Bij andere soorten dienen de nep-eitjes als voedsel voor mieren waarmee de plant in symbiose leeft. De mieren houden de plant vrij van insekten. In de oksels van de bladeren ontspruiten de bloemen. Elke bloem opent zich slechts gedurende één dag. Na bestuiving zal zich uit het vruchtbeginsel de vrucht ontwikkelen.

De vrucht
Passievruchten zijn eivormige, tot 7 cm, lange bessen. De schil is vrij hard en stevig, ze is bruinpaars of gelig van kleur. Binnenin de vrucht bevinden zich talrijke zaadjes die via draadvormige steeltjes op de vruchtwand ingeplant staan. De zaadjes zijn omgeven door een gelatineuze, gele arillus, dit is een uitgroeiing van het zaad. Vruchtvlees is er nauwelijks, het zijn de zaadjes en de arillus die eetbaar zijn. Ze hebben een aparte fris zure smaak. De vrucht wordt opengesneden en de zaadjes worden eruit gelepeld.

Teelt
Passievruchten worden vooral in subtropische streken gekweekt. Ongeveer 7 maanden na het zaaien beginnen de planten te bloeien. Vier tot vijf maanden later kunnen de eerste vruchten geoogst worden. Naast de gewone passievrucht, Passiflora edulis wordt ook de variëteit flavicarpa geteeld. Deze levert gele vruchten.

Andere soorten
In het Amazone-gebied groeien ongeveer 400 soorten passiebloemen, verschillende daarvan hebben eetbare vruchten maar slechts enkele worden geteeld. Passiflora quadrangularis, de granadilla, levert zeer grote vruchten, die tot 30 cm in doorsnede kan zijn. P. ligularis en P. foetida hebben eetbare vruchten. Passiflora caerulea tenslotte kan in onze streken, op zeer beschutte plaatsen, buiten gekweekt worden. In de winter moet de plant wel beschermd worden tegen vorst. Andere soorten passiebloemen worden beter in een verwarmde serre geweekt. Vele geven bijzonder fraaie bloemen. De zaadjes uit de commerciële passievruchten kunnen opgekweekt worden. Daartoe moet de gelatineuze arillus wel volledig verwijderd worden. De zaden kunnen dan uitgezaaid worden op een mengsel van turf en potgrond. Voor de ontkieming hebben de zaadjes veel licht nodig, ze mogen dus niet afgedekt worden met grond. Plaats het geheel, afgedekt met een plastieken zakje, op een lichte plaats, maar niet in de zon. Na 3 tot 4 weken zou de kieming moeten optreden.

Literatuur
Jenuwein, H. (1988) Avocado, Banana, Coffee. How to grow useful exotic plants for fun. British Museum Natural History
Pijpers, D., Constant, J.G. & Jansen, K. (1985) Fruit uit alle windstreken. Het Spectrum
Plotkin, M.J. (1995) In de leer bij de sjamanen. Elmar
Purseglove, J.W. (1968) Tropical crops : Dicotyledons, Volume 2. Longman
Verheij, E.W.M. & Coronel, R.E. (eds) (1991) Plant resources of South-East Asia vol.2 Edible fruits and nuts. Pudoc Wageningen

Voor vragen over een bezoek aan de Plantentuin, contacteer Patrick Bockstael (Tel.: + 32 2 260 09 70).

Plantentuin Meise
Domein van Bouchout
B-1860 Meise