Plantentuin Meise



100 plantenfeiten

Hier volgen honderd basisgegevens over planten, honderd feiten, anekdotes of wetenswaardigheden. Elk feit is gecontroleerd en geverifieerd, schattingen kunnen natuurlijk verschillen naargelang de auteur, maar deze gegevens zijn juist. Deze feiten mogen, moeten zelfs, gebruikt worden in rondleidingen, lezingen, interviews en zo meer. Samen vormen ze een educatief instrument dat een grote impact kan hebben op het publiek.

Planten zijn de bron van alle leven !

  

De feiten zijn gegroepeerd in bepaalde thema's. We beginnen met een overzicht van de diversiteit van het Plantenrijk.

 

Feit 1

De bloemplanten of Bedektzadigen (Angiospermen) zijn de meest voorkomende groep planten. Ze maken het leeuwendeel uit van de plantengroei op het land. Er zijn ongeveer 300.000 soorten beschreven, de meeste komen voor in de tropen, daar ligt de biodiversiteit het hoogst.

 

Feit 2

De orchideeën (Orchidaceae) zijn de rijkste plantenfamilie. Er worden nog regelmatig nieuwe soorten ontdekt, we onderscheiden tussen de 25.000 en de 30.000 soorten (afhankelijk van de systematische criteria), grotendeels terug te vinden in de tropen. Ook de madeliefjesfamilie (Asteraceae) is gigantisch groot; ze telt ongeveer 22.000 soorten.

 

Feit 3

Waarschijnlijk zijn ongeveer 10-15 % van de bloeiende planten nog niet beschreven. De meeste onbekende soorten zullen ontdekt worden in de tropen, vooral in Latijns Amerika.

 

Feit 4

De Naaktzadigen (Gymnospermen) groeperen de coniferen (500 soorten), de palmvarens of cycassen (150 soorten) en nog enkele kleinere groepen zoals de Ginkgoaceae met soort :  Ginkgo biloba, de Welwitschiaceae met Welwitschia mirabilis en de Gnetaceae met ongeveer 30 soorten.

Bij de coniferen vinden we enkele recordhouders : Sequoia sempervirens is het grootste levende wezen op de planeet. Met 4900 jaren zouden exemplaren van de Borstelkegelden (Pinus aristata) de oudste planten zijn. Mogelijk is een andere conifeer, Dacrydium franklinii, die in Tasmanië groeit, nog duizenden jaren ouder.

Feit 5

Er bestaan ongeveer 12.000 soorten varens en andere "sporenplanten" zoals wolfsklauwen , selaginella's en paardestaarten, het merendeel komt in de tropen voor. Deze groep kent een grote vormenrijkdom van tere vliesvarens met bladeren van twee cellagen dik tot boomvarens van meer dan 15 meter hoog.

 

Feit 6

Ongeveer 8000 soorten mossen en 6000 soorten levermossen vormen de bryofyten. Ze komen overal ter wereld voor, de meeste soorten zijn te vinden in koele of gematigde klimaten met een constant hoge luchtvochtigheid. De gematigde zones van Zuid-Amerika zijn bijzonder soortenrijk.

 

Feit 7

Korstmossen bestaan uit een schimmel en fotosynthetiserende partner, dit kan een groenwier zijn of een cyaanbacterie (blauwwier). De schatting van het aantal soorten lopen nogal uit : van 13.500 tot 17.000. Aangezien naar schatting slechts 50-70 % van het aantal soorten beschreven is, kunnen er in totaal wel 20.000 vertegenwoordigers zijn. De grootste variatie is te vinden in gematigde regenwouden. In poolgebieden en hoog boven de boomgrens in berggebieden vormen korstmossen het grootste aandeel van de vegetatie. Tropische korstmossen zijn het minst gekend aangezien het merendeel van de soorten in de kroonlaag voorkomt.

 

Feit 8

Er zijn 4 groepen van macroscopische wieren :

a) De groenwieren (Chlorophyta) komen zowel in zoet als zout water voor. In totaal zijn er om en bij de 1040 gekende soorten. Het grootst aantal soorten is beschreven in het Noorden en Westen van de Atlantische oceaan. De zeeën rond Japan zijn ook bijzonder rijk.

b) De 1500 soorten bruinwieren (Phaeophyta) zijn hoofdzakelijk marien, de gebieden met de hoogste diversiteit zijn het noorden van de Atlantische Oceaan en het noorden van de Stille Oceaan.

Deze groep telt de grootste vertegenwoordigers zoals de Kelpwieren die ruim 100 meter lang kunnen worden.

c) De Roodwieren (Rhodophyta) komen in grote getale voor in de zeeën rond Japan, in het noorden en in het tropische en subtropische westen van de Atlantische Oceaan. De 2.500 soorten zijn meestal marien.

d) De Charophyta zijn groene wieren die vooral in zoet water voorkomen. Deze groep zou in het verre verleden de voorouders van de landplanten geleverd hebben. Recente revisies tellen ongeveer 440 soorten, met veel vertegenwoordigers in Azië en India. Deze wieren zijn zeer gevoelig aan vervuiling.

 

Feit 9

Micro-organismen behoren tot verschillende rijken, gescheiden van de dieren en de planten. Mogelijk kennen we slechts 5% van alle soorten.

a) Microscopische wieren zijn bijzonder slecht gekend. De laatste schatting bedraagt ongeveer 350.000 maar de basisgegevens om accuraat te schatten ontbreken. Zelfs de meeste georganiseerde westerse landen hebben geen officiële lijst van de soorten microscopische wieren die binnen hun grenzen voorkomen.

b) Momenteel zijn er ongeveer 4.000 soorten bacteriën beschreven. Bacteriën komen overal voor : in de bodem, in sedimenten op de bodem van de zee, in het spijsverteringskanaal van dieren, overal. Misschien zijn er wel 3.000.000 soorten.

c) Schimmels. In totaal zijn er 70.000 soorten beschreven. Iedereen kent een aantal paddestoel- vormende soorten, maar de meest schimmels of fungi hebben microscopische vruchtlichamen. Er zouden wel 1.500.000 soorten schimmels kunnen zijn.

d) Protozoa. Van deze ééncellige organismen hebben wetenschappers ongeveer 40.000 soorten beschreven. Vermoedelijk zijn er meer dan 100.000 soorten.

e) Virussen. Op de grens van leven en dode materie. Er zijn ongeveer 5.000 soorten gekend, naar schatting zijn er 500.000 types.

 

Feit 10

Naargelang het leven kleiner wordt, weten we er minder van. Waarom ?

We leven in een tijd dat we de afstand van om het even waar op de aarde tot ergens op de maan kunnen meten, tot op de halve centimeter nauwkeurig. Maar we kunnen zelfs niet bij benadering zeggen hoeveel soorten levende wezens er op onze aarde voorkomen. Politieke onwil ? Geen interesse ?

 

De volgende feiten gaan dieper in op de verspreiding van de biodiversiteit. Het is opvallend dat de globale verdeling er ongelijk is. Alle cijfers hebben betrekking op vaatplanten (varens, paardestaarten, gymnospermen en bloemplanten) tenzij anders aangeduid.

 

Feit 11

In Latijns-Amerika vinden we naar schatting 90.000 soorten planten. Dit vertegenwoordigt  ongeveer één derde van de gekende plantensoorten. De grote diversiteit aan biotopen in deze regio, regenwoud, hoogvlakten en "savannes" ligt aan de grond van deze soortenrijkdom.

 

Feit 12

Zuidoost Azië (het fytogeografisch gebied Malesia, niet te verwarren met het land Maleisië) is het tweede rijkste gebied met tussen 42.000 tot 50.000 soorten. De laagland regenwouden van Borneo, het schiereiland van Maleisië en Nieuw Guinea zijn de soortenrijkste ecosystemen van de Aarde. Deze rijkdom is te wijten aan het feit dat deze regio miljoenen jaren lang een warm, stabiel en vochtig klimaat kende.

 

Feit 13

In het andere tropische continent, Afrika, komen 40.000 tot 45.000 soorten planten voor. Afrika is veel groter dan Malesia, wanneer we het aantal soorten van Madagaskar (ongeveer 8000 endemen) en Zuid-Afrika niet meetellen dan blijven er minder dan 30.000 soorten over. In vergelijking met de Amerikaanse en Aziatische regio is dit vrij weinig. Mogelijke oorzaken hiervan zijn de langdurige menselijke aanwezigheid (vele tienduizenden jaren), het plaatselijke droge klimaat. Ook vroegere klimaatswijzigingen, waarbij de wouden werden teruggedrongen in relatief kleine enclaves (refugia) hebben hun invloed gehad.

 

Feit 14

Ongeveer twee derde van alle vaatplanten komen voor in de tropen. De gematigde gebieden hebben veel minder soorten. Noord-Amerika (ten noorden van Mexico) bevat 18.000 soorten, in Europa, tot aan de Oeral groeien 12.500 soorten planten.

 

Feit 15

Een lijst van de 10 landen met het meest aantal soorten planten

 

Brazilië

56000

 

Venezuela

21000

Colombië

53000

 

Indonesia

20000

China

30000

 

Ecuador

18000

Zuid-Afrika

23400

 

Peru

18000

Mexico

23000

 

U.S.A (continent)

18000

 

Andere landen met een grote plantendiversiteit zijn : Bolivia (> 17.000), India (16.000 -17. 000) en Australië (15.000)

Feit 16

Het grootste aantal plantensoorten per oppervlakte-eenheid vinden we in het Zuid Afrikaanse fijnbos. Deze struikachtige vegetatie op de Kaap wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan Aloë's, Protea's en Heideachtigen. Op de smalle strook ten noordoosten van Kaapstad komen ruim 6500 soorten voor, meestal endemen met een zeer klein verspreidingsgebied. Vergelijk dit met de 20 plantensoorten die groeien in de Sahara, ruim 200 000 km² !

 

Feit 17

De verspreiding van planten en plantkundigen loopt niet gelijk ! In Europese landen is er meestal meer dan één plantkundige per aanwezige plantensoort. In de tropische landen met duizenden soorten is er vaak slechts een handvol botanici aanwezig. Door een gebrek aan onderzoek blijven tropische planten vaak moeilijk te identificeren en te klasseren.

 

Feit 18

Bij lagere planten is er geen groot verschil in verspreiding tussen de gematigde en tropische streken. In het noordwesten van Europa komt minder dan 1% van alle hogere planten voor, terwijl we er 7 % van alle gekende mossen en levermossen terugvinden en 10 % van de beschreven korstmossen. In één en dezelfde regio kan de diversiteit van één groep laag liggen en die van een andere hoog.

Lagere planten in de tropen zijn echter ook een weinig onderzochte groep, wat ook een verklaring kan zijn voor het verschil met hogere planten.

 

Alhoewel schimmels traditiegetrouw door "botanisten" onderzocht worden vormen de Fungi een rijk dat volledig verschilt van het Planten - of Dierenrijk. Volgens bepaalde biochemische gegevens zijn sommige schimmels trouwens nauwer verwant met dieren. Veel schimmels zijn "micro-organismen" ; ze zijn zo klein of hebben zulke kleine onderdelen dat ze slechts geïdentificeerd kunnen worden na microscopisch onderzoek.

 

Feit 19

Het aantal beschreven fungi soorten wordt op ongeveer 70.000 geschat, het totaal aantal ligt waarschijnlijk dichter bij de 1.500.000. Er zijn slechts weinig tropische schimmelsoorten onderzocht.

 

Feit 20

Alhoewel de classificatie van Fungi niet altijd even duidelijk is, vallen er toch enkele grote lijnen te trekken. De Fungi worden opgesplitst in de Oomycota en de Eumycota. De Oomycota of "lagere schimmels" hebben cellulose in hun celwanden. De Eumycota of "hogere schimmels" hebben celwanden die hoofdzakelijk bestaan uit chitine, een materiaal dat we ook in insecten terugvinden. De aanwezigheid van chitine toont aan dat de Eumycota geen planten zijn. Bij planten bestaat de celwand uit cellulose . Zowel cellulose als chitine zijn suikerpolymeren.

Een derde groep, de Myxomycota, werd vroeger ook tot de fungi gerekend. Momenteel worden ze als een apart rijk beschouwd. Verschillende van de ongeveer 500 soorten Myxomycota zijn kosmopolieten.

 

Feit 21

De Eumycota worden opgesplitst in  drie groepen, naargelang de manier waarop ze zich voortplanten :

Ascomyceten : de zakjeszwammen, de sporen ontstaan in zakjes of asci, hier vinden we ondermeer de gekende bakkersgist

Basidiomyceten : bijna alle gekende paddestoelen behoren tot deze groep, de sporen worden gevormd op basidia. Ook soorten roest vallen binnen deze groep

Deuteromyceten : deze schimmels hebben geen sexuele voortplanting, meestal betreft het hier ontwikkelingsstadia van soorten die tot één van de twee vorige groepen behoren.

 

Feit 22

Van alle levende organismen in de bodem dragen fungi het meest bij tot de biomassa (gewicht levende wezens). Fungi helpen bij het bijeenhouden van bodempartikels. Veel fungi zijn saprofyten ; ze leven van dode planten- en dierenresten. Op die manier zijn ze een onvervangbare schakel in alle voedselketens.

 

Feit 23

Elk jaar produceren de schimmels die op hout leven samen ongeveer 85 miljard ton CO2 en andere koolstofhoudende gassen.

 

Feit 24

In de farmaceutische industrie nemen fungi een onvervangbare plaats in. Bijna alle antibiotica (bv penicilline) zijn afkomstig van schimmels.

Daarnaast liggen gisten aan de basis van alle economische activiteit die verband houdt met bakken, brouwen en wijn maken. Ook verschillende typische kazen ontstaan door inwerking van allerlei schimmels.

 

Feit 25

Alhoewel er relatief weinig giftige schimmels zijn, zijn er toch enkele dodelijke bij. Twee gekende soorten zijn de Groene knolamaniet (Amanita phalloides) en de Kleverige knolamaniet (Amanita virosa). In Europa is de Groene knolamaniet verantwoordelijk voor ruim 90% van dodelijke paddestoelvergiftigingen.

De schimmels die op sommige etenswaren groeien produceren toxines die mogelijk schadelijke effecten hebben.

 

Feit 26

Sommige paddestoelen zoals de Vliegezwam (Amanita muscaria) en de "Paddo" (Psilocybe semilanceata) kunnen hallucinaties veroorzaken. Bij grotere hoeveelheden zijn ze giftig. De Vliegezwam wordt reeds 3500 jaar lang gebruikt bij allerlei volkeren van het Noordelijk Halfrond.

 

Feit 27

Veel soorten Fungi worden gegeten. Sommige soorten worden tegen hoge prijzen verhandeld. Vooral allerlei soorten Truffel (Tuber ) kunnen erg duur zijn. Van de verfijnde Périgord truffel wordt jaarlijks ongeveer 300 ton geoogst.

 

Feit 28

Veel soorten fungi leven in symbiose met hogere planten. Ongeveer 85 % van alle gekende planten heeft dergelijke mycorrhiza. De berk kan met een honderdtal soorten zwammen een symbiose aangaan, de bekendste hiervan is de Vliegezwam. De Orchideeën, de grootste  plantenfamilie, hebben allemaal een symbiotische schimmelpartner.

 

Feit 29

Korstmossen zijn een symbiose tussen een schimmel en een alg. Er zijn ongeveer 15 000 soorten korstmossen gekend. Ongeveer 20 % van de gekende schimmelsoorten (vooral Ascomyceten) maken deel uit van een korstmos.

 

Feit 30

De reuzenbovist (Calvatia gigantea) vormt één van de grootste en opvallendste vruchtlichamen. Dit heeft meestal de afmetingen van een voetbal maar in Groot-Brittannië werd een vruchtlichaam opgetekend met een diameter van 162 cm en eentje van 158 cm werd gevonden de V.S.. Een gemiddeld vruchtlichaam produceert 7 000 000 000 000 sporen. Gelukkig ontkiemt slechts 0.001 % !

In feit 8 gaven we reeds een samenvatting van de classificatie van de wieren. Alhoewel biologen vaak de ééncellige wieren apart beschouwen, naast groepen met meercellige vertegenwoordigers, houden we ze in de volgende reeks feiten samen. We gaan ook even in op de korstmossen. Deze groep, een unieke symbiose tussen wieren en schimmels, wordt vaak over het hoofd gezien.

 

Feit 31

Op directe of indirecte wijze hebben algen of wieren een onvervangbare invloed op alle ecosystemen. Kiezelwieren en andere microscopische wieren fixeren de helft tot twee derde van de  totale hoeveelheid atmosferische CO2. Door fotosynthese brengen wieren zuurstof in alle oceanen en zeeën. Tenslotte zijn algen de primaire producenten van alle aquatische ecosystemen. Ze liggen aan de basis van de voedselpiramide.

 

Feit 32

Het is verbazingwekkend in hoeveel dagelijkse producten wieren gebruikt worden (zie verder). Wieren zijn enorm productief en zijn dus een waardevolle grondstof. Het wier Macrocystis pyrifera, een groot bruinwier of kelp uit de Stille Zuidzee, groeit 3  tot 4.5 m uit, in 1 week na het afsnijden. Dit is de hoogste groeisnelheid ooit genoteerd.

 

Feit 33

Reeds vanaf het einde van de 17de eeuw worden bruinwieren verbrand en hun asse gebruikt als meststof. De mineralenrijke asse leverde ook soda voor de productie van zeep en glas. Zowel broom als jodium werden voor het eerst geïsoleerd uit zeewierasse, in Japan wordt jodium nog steeds uit wieren geëxtraheerd. Tot op vandaag worden zeewieren als meststof gebruikt.

 

Feit 34

Bruinwieren liggen aan de basis van de agarindustrie. Alginaat dat voor het eerst geïsoleerd werd in 1883 is een slijmerig polymeer met structurele overeenkomsten met cellulose. Het kan vele keren zijn gewicht aan water opnemen en vasthouden. Zo worden gemakkelijk viskeuze of soepele gels gevormd, deze zijn niet giftig en huidvriendelijk.

Het wordt op talloze manieren gebruikt in de farmaceutische industrie en in schoonheids producten maar ook in papier en karton. Er worden worstenvellen van gemaakt, het geeft structuur aan roomijs en aan ketchup en .... het zorgt ervoor dat het schuim op een glas bier blijft staan.

 

Feit 35

Carrageenine wordt uit een aantal Roodwieren geëxtraheerd, vooral uit Chondrus crispus of Iers mos. Dit is een gelijkaardig polymeer met talrijke industriële toepassingen. Het wordt in pudding gebruikt. Agar wordt ook gewonnen uit Roodwieren. Het wordt veel gebruikt om in vitro voedingsbodems te maken, ondermeer in de microbiologie.

 

Feit 36

Er zitten veel mineralen, vitaminen en sporenelementen in wieren, ze worden veel gebruikt als voedingsmiddel, zowel voor dieren als voor mensen. Zeewier wordt veel gegeten in de landen rond de Stille Oceaan, vooral in China en Japan. De Japanners spannen de kroon ; ze eten tot 6,7 kg per persoon per jaar. In het Japanse gerecht Asakusa-nori wordt het purperachtige Roodwier Porphyra verwerkt.

 

Feit 37

Zelfs wanneer ze gefossiliseerd zijn blijven wieren belangrijk. De kiezelwieren of diatomeeën hebben kleine schaaltjes die bijna volledig uit silicium bestaan. Wanneer de wiertjes sterven zakken de schaaltjes naar de bodem. Kiezelwieren zijn zo talrijk dat er op die manier reusachtige lagen diatomeeënaarde of kiezelaarde ontstaat. Dit "gesteente" bestaat tot 88 % uit puur silicium en is chemisch volledig inert. Kiezelaarde wordt gebruikt in industriële filtratieprocessen ondermeer in suikerraffinage en bij het brouwen.

De koepel van Aya Sofia in Istanboel werd in 532 gebouwd en heeft een diameter van 32,6 meter, dit kon enkel door lichte maar sterke blokken van kiezelaarde te gebruiken.

 

Feit 38

Korstmossen (en mossen) hebben het grootste verspreidingsgebied van alle levende wezens. Ze komen van pool tot pool voor en groeien van de zeespiegel tot hoog in de bergen. Ze komen in alle milieus voor, zelfs in de meest onherbergzame. Ze groeien op de schalen van de schildpadden op de Galapagoseilanden of op de schilden van kevers in Nieuw Guinea, tot op regenjas van een vogelverschrikker !

In woestijnen en droge gebieden komen "vrijlevende" korstmossen voor, deze groeien nergens op maar worden door de wind rondgeblazen.

 

Feit 39

Korstmossen zijn zeer goede indicatoren van de kwaliteit van het leefmilieu (bio-indicatoren). Doordat ze op zeer voedselarme plaatsen groeien, zijn ze zeer efficiënt in het opnemen van voedingsstoffen. Ze zijn zeer gevoelig aan zwaveldioxide. Wanneer, door luchtvervuiling, de kwaliteit van de lucht en het water (zure regen) achteruit gaat zullen de korstmossen duidelijk achteruit gaan. Ze zijn evenzeer gevoelig voor radioactieve isotopen of zware metalen en kunnen dus gebruikt worden om allerlei industriële vervuilingen vast te stellen.

 

Feit 40

Alhoewel ze veel minder economisch belang hebben dan de wieren leveren korstmossen toch talrijke kleurstoffen, waaronder het zuurgevoelige lakmoes. Ze worden ook gebruikt in de traditionele geneeskunde. Ze worden gegeten door talrijke ongewervelden. In poolgebieden zijn ze, in de winter, de belangrijkste voedselbron voor rendieren. Deze eten er 3 tot 5 kg per dag van.

 

In de volgende feiten gaan we dieper in op de plantensoorten van eilanden. Door hun geografische isolatie zijn eilanden vaak zeer rijk aan endemische plantensoorten. Door hun relatief kleine afmetingen zijn eilanden extra gevoelig aan verstoringen. Hier vinden we de soorten die het meest bedreigd zijn.

 

Feit 41

Op de meeste eilanden (in zee gelegen) komen endemische soorten voor. Dit zijn soorten die enkel daar gevonden worden en nergens anders ter wereld. Sommige soorten zijn op de eilanden zelf ontstaan, zoals de Zilverzwaarden (Argyroxiphium) op Hawaï. Het kunnen ook relicten zijn. Zo hadden de lauriersoorten van de Canarische eilanden oorspronkelijk een veel groter verspreidingsgebied. Omdat er op weinig eilanden grote zoogdieren voorkomen, worden deze eilanden qua conservatie redelijk stiefmoederlijk behandeld. Voor plantensoorten zijn het echter zeer belangrijke gebieden.

 

Feit 42

Eilandsoorten zijn zeer kwetsbaar. Hun verspreidingsgebied is meestal zeer klein en de druk van toerisme en landbouw is op eilanden bijzonder groot.

 

Feit 43

De grootste bedreiging voor eiland plantensoorten zijn "uitheemse" soorten. Deze verwilderen en verdrijven de inheemse soorten. Mauritius is een groen eiland. Het merendeel van deze groene mantel bestaat echter uit "indringers" en onkruiden. De ruim 311 endemische soorten zijn sterk bedreigd.

 

Feit 44

Ongeveer 80 eilanden of eilandengroepen hebben vrij grote aantallen endemische soorten ( 5 of meer). Vier van de grote eilanden hebben zeer grote endemische flora's. Deze zijn, jammer genoeg, ook sterk bedreigd.

  • Madagaskar:  10000 soorten waarvan 8000 endemisch
  • Cuba: 6500 soorten waarvan 3324 endemisch
  • Hispaniola (Haïti en Dominicaanse Republiek): 5150 soorten waarvan 1445 endemisch
  • Nieuw Caledonië: 3300 soorten waarvan 2551 endemisch

De eerste drie behoren ook tot de armste landen ter wereld, ontbossing en verwoesting van natuurlijke habitats gebeuren hier op grote schaal. Ook Nieuw Caledonië, een Frans overzees territorium, kampt met problemen.

Australië, Nieuw-Zeeland, Borneo, Nieuw-Guinea en Japan worden hier niet als oceanische eilanden beschouwd.

 

Feit 45

De volgende 10 eilanden met een significant aantal endemische soorten zijn :

 

Taiwan

1075 

Canarische eilanden 

500

Hawai 

1000      

Mauritius         

311

Jamaica  

923            

Micronesië      

293

Fiji           

812                    

Puerto Rico

236

Frans Polynesië   

560     

Trinidad en Tobago 

236

 

Feit 46

Van veel endemische eilandsoorten weten we momenteel niet of ze bedreigd zijn of niet. Er zijn dringend veldonderzoeken nodig op de volgende eilanden : Fiji, Micronesië, Trinidad en Tobago, de Andamanen eilanden en de Nicobaren (225 endemische soorten), Vanuatu (150), de Tubai eilanden (140), Sao Tomé en Principe (134) , de Markiezen eilanden (132) en de Kaap-Verdische eilanden (92).

 

Feit 47

Op sommige eilanden heeft de flora al onherstelbare schade geleden. Het meest trieste voorbeeld is Hawaï. Hier treffen we het hoogste aantal bedreigde eilandsoorten aan. Volgens de laatste gegevens zijn 621 taxa in gevaar, waarschijnlijk zijn er hiervan reeds 132 taxa volledig uitgestorven, 17 zijn ofwel uitgestorven of sterk bedreigd, 155 zijn sterk bedreigd.

Andere voorbeelden van eilanden met een verwoeste flora zijn :

a) St Helena. Dit Brits protectoraat in de Atlantische Oceaan telt 49 beschreven endemische soorten. Hiervan zijn er 10 reeds uitgestorven, 20 zijn sterk bedreigd. De Botanische tuin van Kew doet grote inspanningen om te redden wat er nog te redden valt.

b) Bermuda. Alle 14 gekende endemische soorten zijn in gevaar, 3 zijn uitgestorven en 5 zijn sterk bedreigd.

 

Feit 48

Een van de meest schrijnende voorbeelden van de gevolgen die floraverwoesting kunnen hebben vinden we in de geschiedenis van het Paaseiland. De Polynesische kolonisten roeiden de enige inheemse boom, Sophora toromiro, uit. Ze kapten alle wouden en konden toen het eiland niet meer verlaten omdat er geen voldoende hout was om boten te bouwen. Hun beschaving viel ten prooi aan overbevolking, voedselnood en burgeroorlog.

 

Na de eilanden geven we een overzicht van de plantenrijkdom op de continenten. We beginnen met Noord- en Zuid-Amerika.

 

Feit 49

Op beide Amerikas samen komen tussen 133.000 en 138.000 soorten planten voor. Dit is  ongeveer de helft van alle 300.000 gekende soorten hogere planten.

 

Feit 50

Midden- en tropisch Zuid-Amerika hebben de grootste tropische flora. Alhoewel er al 85.000 soorten werden beschreven zijn deze gebieden nog steeds relatief weinig botanisch geëxploreerd. De Caraïben alleen al hebben een rijkere flora dan gans Europa.

 

 

Aantal soorten

Endemische soorten

% endemisme

Noord-Amerika

20 000

4198

21

Midden-Amerika

30 000 - 35 000

14 000 - 19 000

46 - 54

Zuid-Amerika

70 000

55 000

78.5

Caraïben

13 000

6555

50

 

Feit 51

Brazilië telt 56 000 inheemse soorten, Colombia heeft er 35 000. Deze twee landen hebben de grootste flora's ter wereld. Mexico, Venezuela, Ecuador, Peru, de USA (zonder Hawaï) en Bolivia behoren tot de top twaalf in soortenrijkdom (Zie ook feit 15).

De natuurbeschermer (en -onderzoeker) Norman Meyers stelt 18 "hot spots" voor die beschermd moeten worden. Zes van deze gebieden, die samen 20% van alle gekende planten bevatten, bevinden zich in de Amerika's : de Atlantische kust van Brazilië, Californië (flora district), Centraal-Chili, het Choco gebied in Colombia, de westelijke hooglanden van het Amazonegebied en westelijk Ecuador.

 

Feit 52

Tot voor 40 jaar was het grootste deel van Centraal-Amerika (Mexico uitgezonderd) volledig bebost. Momenteel is slechts 27-28% van de oppervlakte nog bebost. Het Amazone gebied is er iets beter aan toe, ondanks zware aantastingen blijft het, met ongeveer 1.5-2 miljoen hectaren nog het grootste aaneengesloten bosgebied op de planeet. De hoger geleden delen in de Andes leiden echter al eeuwen onder zware menselijke verstoring. De flora van deze gebieden behoort tot de meest diverse maar ook de meest bedreigde.

 

Feit 53

In de U.S.A. zijn naar schatting 17 soorten planten zeker uitgestorven, 164 zijn waarschijnlijk uitgestorven, 2530 zijn sterk bedreigd en 2556 zijn kwetsbaar. De hoogste concentraties aan bedreigde planten vinden we in Texas, Californië en Hawaï.

In Centraal-Amerika zijn iets meer dan 3500 soorten bedreigd, 1119 hiervan zijn endemisch in Mexico.

 

Feit 54

Het gebied in Midden- en Zuid-Amerika, van het zuiden van Mexico tot Brazilië, van Paraguay tot Peru, is één van de diversiteitcentra van cultuurgewassen (Nikolai Vavilov, 1887-1943). Talrijke voedselgewassen zijn afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika, voorbeelden hiervan zijn avocado, cacao, maniok, papaja, pinda's, ananas en vanille. Op wereldschaal leveren zonnebloemen, afkomstig uit Mexico en Westelijk Noord-Amerika, de grote hoeveelheden olie. Uit dezelfde regio komen nog talrijke planten met economisch belangrijke producten : rubberbomen en tabaksplanten.

Het kweken van lima-bonen, bonen, mais, paprika's, pepers, aardappelen, zoete aardappelen, pompoenen en tomaten is een oeroude traditie die de wereld geërfd heeft van verschillende Amerikaanse volkeren.

 

Feit 55

Ook talrijke populaire tuinplanten komen oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Er zijn zowel éénjarigen zoals de Hoornpapaver en Gaillardia als doorlevende planten zoals Solidago of Phloxen. Uit Midden-Amerika komen Dahlia's, Cosmos, Tagetes (Afrikaantjes) en Zinnia's. Bougainvillea, Datura en Jacaranda zijn afkomstig uit Tropisch Amerika, ze worden tegenwoordig wereldwijd in de tropen aangeplant als sierplanten.

 

Feit 56

De cactusfamilie (Cactaceae) komt bijna uitsluitend voor in de Amerika's. De familie telt ongeveer 1650 soorten gegroepeerd in 130 genera. De meeste cactussen komen voor in hete droge gebieden. Er zijn echter ook talrijke soorten die in vochtiger milieus groeien. Er zijn ook epifytische cactussen. Slechts één genus: Rhipsalis, heeft enkele soorten in de Oude Wereld, in Afrika en Madagaskar.

 

Feit 57

Al snel nadat Colombus, in 1492, de Amerika's had bereikt begonnen Amerikaanse planten hun globale opmars, zowel als oogstgewassen als onkruiden. Paprika's en pepers (Capsicum) waren een instant succes, ze worden reeds in 1493 vermeld. Binnen de honderd jaar waren ze te vinden in Europa, de Portugezen namen de planten mee naar Afrika en India. Ironisch genoeg was Colombus' eerste doel specerijen te gaan halen in het verre Oosten.

 

Na de Amerika's richten we onze aandacht op de Oude Wereld. Eerst bekijken we het Afrikaans continent. Deze reusachtige landmassa strekt zich uit van het Middellandse Zee-bekken tot de Kaap de Goede Hoop.

 

Feit 58

Naar schatting telt de totale flora van Afrika tussen de 40.000 en de 60.000 soorten, hiervan zijn er 35.000 endemisch voor het continent. Afrika heeft woestijnen, grote regenwouden, savannes en graslanden, hoge bergketens. Madagaskar neemt een unieke plaats in. Dit reusachtige eiland werd ongeveer 160 miljoen jaar geleden van het continent afgesplitst.

 

 

Aantal soorten

Noord-Afrika

10.000

Tropisch-Afrika

21.000

Zuidelijk Afrika

21.000

Madagaskar

10.000 - 12.000

Afrika heeft een merkbaar armere flora dan tropisch Azië en tropisch Amerika. Hiervoor zijn waarschijnlijk verschillende redenen. Zo kende Afrika in zijn geschiedenis zeer grote fluctuaties in gemiddelde temperaturen en neerslag. Er zijn nochtans bijzonder rijke gebieden te vinden. Het Kaapse Florarijk, Ivoorkust, Madagaskar en de Oostelijke bergketens van Tanzania behoren tot de 18 zogenaamde "conservation hot spots" (N. Meyers).

 

Feit 59

Sinds onheuglijke tijden wonen mensen in Afrika, hun invloed op de plantenwereld is dan ook bijzonder groot. Er blijft nog ongeveer 1/3 van het oorspronkelijk regenwoud over. In West-Afrika gaat ongeveer 2% van het woud jaarlijks verloren. Ivoorkust, dat een zeer rijke flora heeft, kan binnen twintig (1997) jaar alle onbeschermd woud verloren hebben. Vooral de explosieve bevolkingsgroei is een grote bedreiging. De landelijke bevolking neemt in Afrika sneller toe (3% tussen 1985-1990) dan op de andere continenten.

 

Feit 60

De hooglanden van Abessinië (Ethiopië, Somalië en een deel van Soedan) zijn een mondiaal centrum voor de diversiteit van cultuurplanten (Vavilov), vooral voor katoen en bepaalde granen.

Uit Afrika zijn de volgende belangrijke gewassen afkomstig : wonderbonen, koffie, gierst, meloenen en watermeloenen, de oliepalm (levert op wereldschaal het meest olie) en okra. Ook de olijf komt waarschijnlijk uit Afrika ; wilde ondersoorten komen overal in Afrika voor. Belangrijke Afrikaanse sierplanten zijn bijvoorbeeld vrouwentongen (Sansevieria), Kaaps viooltje (Saintpaulia), geraniums (Pelargonium) en gladiolen.

 

 

Feit 61

Zuidelijk Afrika (Zuid-Afrika, Botswana, Lesotho, Namibië en Swaziland) heeft een uitzonderlijk rijke flora. Het gebied van de Kaap wordt gedomineerd door een mediterraan type van vegetatie : het fijnbos. Hier vinden we de grootste floristische rijkdom per oppervlakte ter wereld. Van de 8600 soorten zijn er 68% endemisch. Hiervan zijn er 1430 bedreigd en 26 waarschijnlijk reeds uitgestorven. Belangrijke families zijn de Ericaceae (met ruim 600 soorten) en de Restionaceae en de Proteaceae, twee families die alleen op het zuidelijk halfrond voorkomen.

 

Feit 62

De bedreiging van de flora van Madagaskar is, relatief gesproken, het grootst. Minstens vier (misschien negen) families zijn endemisch. Op Madagaskar zijn er nog talrijke onbekende soorten. Bij een recent overzicht werden 171 soorten palmen beschreven, op vijf na waren ze allemaal endemisch en 70 hiervan waren volledig nieuw voor de Westerse wetenschap.

 

Feit 63

Uit Madagaskar komen enkele belangrijke tropische sierplanten. De flamboyant (Delonix regia) wordt doorheen de tropen als straatboom aangeplant. Ook christusdoorn (Euphorbia millii) en de roze maagdenpalm (Catharanthus roseus) zijn veel gebruikte sierplanten. Deze laatste levert ook medicijnen tegen bloedkanker bij kinderen. Verder komen op Madagaskar ongeveer 50 koffiesoorten voor.

 

Feit 64

Afrika telt vrij weinig naaktzadigen. Welwitschia mirabilis is er één van en deze plant kan aanspraak maken op de titel : meest bizarre plant van allemaal. De soort komt enkel voor in de kustwoestijnen van Namibië en Angola. De plant heeft een korte verhoute stam en ontwikkelt slechts twee bladeren in gans haar leven. Deze bladeren blijven onophoudelijk doorgroeien en kunnen verschillende meters lang worden. Net als andere naaktzadigen produceert de plant kegels, er zijn vrouwelijke en mannelijke planten, en er treedt waarschijnlijk insectenbestuiving op. De plant neemt water op via zijn bladeren waarop kleine mistdruppeltjes condenseren.

 

 


We zetten ons overzicht verder en richten onze blik op de Oude Wereld. Eurazië strekt zich uit vanaf het Kamchatka schiereiland tot Ierland en van de vrieskou van de toendra tot de stomende Aziatische tropen. In verschillende regio's is de menselijke druk op de flora bijzonder groot, zeker in Europa en Zuidwest Azië en Zuidoost Azië

 

Feit 65

Eurazië heeft een zeer grote diversiteit aan planten. Het merendeel hiervan ligt geconcentreerd in enkele tropische en subtropische gebieden. Zes van de achttien door Norman Meyers aangehaalde "hot spots" voor plantaardige diversiteit liggen in Zuid- en Zuidoost Azië : het Oosten van de Himalaya, het Noorden van Borneo, het Maleisisch Schiereiland, de Filippijnen, Sri Lanka en de Westelijke Ghats van Zuid-India.

 

 

Soorten

Endemen

Zuidoost Azië (Malesia)*

42.000 - 50.000

40.000

China en Oost Azië

45.000

18.650

Indisch subcontinent

25.000

12.000

Zuidwest Azië

23.000

7.100

Mediterrane regio**

25.000

15.000

 

*        Inclusief Nieuw Guinea en de Salomonseilanden

** Inclusief supra Sahara Noord Afrika

 

Feit 66

Veel Aziatische landen hebben een grote flora, enkele voorbeelden : China (30.000), Indonesië (20.000), India (17.000), Myanmar (Birma) (14.000), Thailand (12.000) en Maleisië (12.000). Op het eiland Borneo vinden we naar schatting 20.000 - 25.000 soorten hogere planten.

Alhoewel Europa een relatief kleine flora heeft, ongeveer 12.500 soorten, hebben sommige landen uit Zuid-Europa en Asia Minor toch een groot aantal soorten binnen hun grenzen. Turkije (8650), Italië (5600), Griekenland (5000), Spanje [zonder de Canarische eilanden] (5050). België telt ongeveer 1300 soorten inheemse planten.

 

Feit 67

Binnen de gebieden die we in feit 65 opsomden vallen 5 diversiteitcentra van cultuurgewassen (N. Vavilov). Deze Euraziatische centra zijn (met hun gewassen) : China (Sojaboon, Sinaasappel, Perzik), India (Rijst, Kekererwt, Komkommer), Indo-Maleisië (Banaan), Centraal-Azië (Appel), Midden-Oosten (Tarwe, Rogge, Linze) en de Mediterrane regio (Kool, Sla). Al deze gewassen zijn ondertussen wereldwijd verspreid en vormen een groot deel van het basisvoedsel van alle mensen op de planeet.

 

Feit 68

Azië heeft een enorme menselijke populatie. Het Indisch subcontinent met 1.160 miljoen inwoners (tegen 2025 zal dit waarschijnlijk verdubbelen) en China met 1.139 miljoen inwoners (1.512 tegen 2025) spannen de kroon. Deze reusachtige mensenmassa's hebben natuurlijk een invloed op de natuurlijke plantenrijkdom van deze streken. Bedreigingen zijn ondermeer overbegrazing, ontbossing (vooral voor brandhout). Het ongecontroleerd verzamelen van planten om gebruikt te worden in traditionele geneesmiddelen vormt een zeer specifieke bedreiging voor talrijke soorten planten.

 

Feit 69

Na Midden- en Zuid-Amerika heeft Zuid-Oost Azië het grootste aaneengesloten regenwoud areaal. Waarschijnlijk was oorspronkelijk 90% van alle land tussen Sumatra en de Salomonseilanden bedekt met regenwoud. Houtkap, landbouw en dammenbouw vormen momenteel de grootste bedreigingen voor de Aziatische regenwouden. Aan het huidig tempo zullen zo goed als alle wouden in Indonesië en Maleisië binnen de twintig jaar verdwenen zijn.

Deze wouden tellen veel houtige soorten. In Maleisië alleen al komen 386 van de 550 gekende soorten van Dipterocarpaceae (tropisch hardhout) voor, waarvan 346 endemisch zijn. Op Borneo komen 267 soorten Dipterocarpaceae voor.

 

Feit 70

In de regenwouden van Zuid-Oost Azië vinden we zowel de grootste bloem als de grootste bloeiwijze terug.

Rafflesia arnoldii is een parasiet die groeit op Tetrastigma lianen. De plant komt voor op Sumatra en Borneo. De vlezige bloemen kunnen tot 1m in diameter zijn. De plant wordt bedreigd door habitatverlies en oververzameling.

De reuzenaronskelk (Amorphophallus titanum) komt in dezelfde gebieden voor. De spadix van de bloeiwijze kan tot drie meter hoog worden. Net als Rafflesia verspreidt de Amorphophallus een stinkende geur.

 


We beëindigen ons globaal overzicht met een blik op Australazië en Oceanië. Australazië kent al 40.000 jaar menselijke invloeden, de laatste 200 jaar werd deze invloed echter sterk vergroot door de Europese kolonisatie.

Oceanië kende slechts weinig inwoners tot de grote Polynesische migraties in het vorig millennium en de Europese kolonisatie van de 18de eeuw.

 

Feit 71

Australazië loopt van de tropen over gematigde gebieden tot een aantal subantarctische eilanden. Oceanië is grotendeels tropisch.

 

 

Soorten

% endemisme

Australië

15.638

90%

Nieuw-Zeeland

2.400

81%

Oceanië

12.000

50-80% op de grotere eilanden

 

Merk op dat Nieuw-Guinea plantengeografisch gesproken tot Malesia behoort (Zie feit 65). De flora van Oceanië is verwant aan die van Malesia.

 

Feit 72

Australië telt een groot aantal endemische soorten en genera (binnen wijdverspreide families). Voorbeelden zijn de ongeveer 500 soorten Eucalyptus (Myrtaceae), 37 endemische genera binnen de Fabaceae, binnen diezelfde familie 600 soorten Acacia en ook 55 endemische genera binnen de Asteraceae.

 

Feit 73

Zuidwest Australië is een van de 18 "conservation hot spots" (Meyers). De staat West-Australië heeft 68 % endemisme, veel soorten hebben een klein areaal en ongeveer 42% van alle bedreigde planten in Australië komen hier voor. De Zuidwest Provincie van de staat heeft een Mediterraan klimaat en telt ongeveer 5.500 soorten. 2.991 hiervan zijn endemisch en talrijke zijn bedreigd; 94 soorten zijn waarschijnlijk uitgestorven.

 

Feit 74

In Australië en in Nieuw-Zeeland werden heel wat uitheemse soorten geïntroduceerd. In Nieuw-Zeeland alleen al vinden we 1.500 exotische soorten. Al deze soorten vormen een ernstige bedreiging voor de inheemse flora. Australië kende reeds enkele natuurlijke catastrofes op dit gebied. Het beste voorbeeld was de invasie door Opuntia aan het begin van de twintigste eeuw. Tegen 1925 was ongeveer 28 miljoen hectaren van Queensland en Nieuw Zuid-Wales bedekt met deze schijfcactus. De introductie van een natuurlijke vijand (een mot) bracht het aantal cactussen sterk omlaag.

Vandaag is een bramensoort (Rubus procerus) een groot probleem. Maatregelen tegen deze soort kostten in 1990 77 miljoen Australische dollars.

Een aantal Australische soorten zijn, op hun beurt, agressieve inwijkelingen in talrijke droge gebieden. Acacia, Hakea en Eucalyptus soorten verstoren talrijke Afrikaanse ecosystemen.

 

Feit 75

Sommige van de eilanden in de Grote Oceaan hebben spectaculair rijke flora's. Hawaï behandelden we reeds in feit 47.

 

Nieuw Caledonië heeft één van de meest unieke eilandflora's op de planeet. Van de 3.322 vaatplanten zijn er 2.551 endemisch (77%). Er zijn vijf endemische families en 110 genera. Het eiland telt talrijke coniferen, 43 van de 44 soorten zijn endemisch. Op Nieuw Caledonië groeit de enige parasitaire conifeer : Parasitaxus ustus. Op het eiland groeit nog grotendeels primair, onaangeroerd regenwoud.

 

De Juan Fernandez eilanden tellen 210 inheemse soorten vaatplanten waarvan 127 endemen (60%), 12 endemische genera en 1 endemische familie. Driekwart van de endemische soorten zijn zeldzaam of bedreigd. Net als op Hawaï vormen ingevoerde dieren en planten de grootste bedreiging.

 

Op de Fiji eilanden vinden we 1628 inheemse planten waarvan 812 (50%) endemisch, waaronder 27 van de 28 soorten palmen.

De endemische familie Degeneriaceae (2 soorten Degeneria) heeft een aantal zeer primitieve kenmerken. De ovaria zijn bijvoorbeeld niet gesloten bij jonge bloemen.

 


Na ons geografisch overzicht bekijken we nu het gebruik van planten. De geneeskunde is één van de belangrijkste gebieden waar planten gebruikt worden. Eerst bekijken we de traditionele geneeswijzen. Later komen we terug op de westerse geneeskunde.

 

Feit 76

In grote delen van de wereld komen zo goed als alle medicijnen rechtstreeks van planten. Volgens de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) zijn ongeveer 80% van alle mensen in eerste instantie afhankelijk van plantaardige medicijnen. Het gebruik van traditionele geneesmiddelen neemt wereldwijd toe. Vele overheden moedigen het gebruik van inheemse planten aan om de groeiende afhankelijkheid van geïmporteerde medicijnen tegen te gaan.

 

Feit 77

China en India zijn de grootste gebruikers van traditionele geneeswijzen. De Tradionionele Chinese Geneeskunde (TCG) gebruikt ongeveer 5.000 soorten planten, de Indische vorm gebruikt ongeveer 7.000 soorten. De afgelopen jaren is de verkoop van geneeskrachtige planten in China meer dan verdubbeld. In India is in enkele decennia de export van geneeskrachtige planten verdrie- of verviervoudigd. In 1990 gebruikten Chinese dokters ruim 700.000 ton plantaardig materiaal. China telt ongeveer 250.000 traditionele dokters, India heeft er ongeveer 460.000. Allemaal gebruiken ze plantaardige medicijnen.

 

 

Feit 78

De waarde van de wereldwijde handel in plantaardige medicijnen bedraagt miljarden euro's  In 1994 exporteerde China plantaardige medicijnen ter waarde van ruim 1,7 miljard €. Duitsland alleen importeert plantaardige medicijnen ter waarde van ruim 74 miljoen €. Dit gaat niet om enkele soorten, in Duitsland worden ongeveer 1.560 soorten planten voor medicinale doeleinden geïmporteerd. Slechts 50-100 soorten worden voor die doeleinden geteeld, de andere soorten worden uit het wild geroofd.

 

Feit 79

Verschillende planten staan onder zware druk door het ongecontroleerd verzamelen uit het wild, sommige soorten balanceren op de rand van uitsterven. Er worden slechts heel weinig planten voor geneeskrachtige doeleinden gecultiveerd, 80 % van de gebruikte soorten in India en 90% van de gebruikte soorten in China worden rechtstreeks uit het wild gehaald. In India zijn zeker 120 soorten bedreigd, in China 77 en in Marokko 75. Een ruwe schatting is dat ongeveer 1000 soorten planten met geneeskrachtige werking met uitsterven bedreigd zijn.

Een voorbeeld hiervan is de Tetu lakha (Nothapodytes foetida), een kleine boom uit de regenwouden van Zuid-India en Sri Lanka, de plant levert antikanker geneesmiddelen op. Andere voorbeelden zijn Saussurea lappa uit India, de wortel wordt gebruikt om chronische huidaandoeningen te behandelen; en Fritillaria cirrhosa, uit Sechuan, China, die gebruikt wordt bij aandoeningen van de luchtwegen.

 

Feit 80

De inheemse volkeren van Latijns-Amerika hebben een lange en gedegen traditie in het gebruik van lokale planten als geneesmiddelen. R.E. Schultes telde ongeveer 2.000 soorten planten in het Amazonegebied in Colombia die door de Indianen als geneesmiddel gebruikt worden. De botanische kennis van de Amazone-indianen is fenomenaal. De Barasana Indianen bijvoorbeeld  kunnen alle boomsoorten in hun gebied herkennen aan de vegetatieve kenmerken, zonder bloemen of vruchten te bekijken. Geen enkele opgeleide westerling kan dit evenaren. Deze kennis gaat door een versnelde verstedelijking echter aan een hoog tempo verloren.

 

Feit 81

Traditionele geneeswijzen zijn momenteel wijdverspreid, ook in het westen. Wij kunnen kiezen uit talrijke methodes, vaak meegebracht door de migrantengemeenschappen. Voorbeelden zijn TCG maar ook Ayurveda, Unani, Siddha en Kampo (Japans). De planten voor al deze technieken worden per post geïmporteerd, deze handel zet een grote druk op de wilde populaties van de planten.

Ook de eigen homeopathische geneeswijzen en traditionele herboristenkunde neemt in Europa weer een groeiende plaats in. Een aantal ziekteverzekeringssystemen erkent de waarde van deze zeer oude technieken, door hen in aanmerking te laten komen voor bijvoorbeeld terugbetalingen.

 


We bekijken de invloed van planten op de Westerse geneeskunde

 

Feit 82

Dertig wereldwijd gebruikte medicijnen zijn rechtstreeks afkomstig van planten, drie van deze zijn de beste antikanker medicijnen die vandaag bestaan. Deze medicijnen zijn van enorm belang voor honderdduizenden dokters. Sommige medicinale producten worden synthetisch aangemaakt, eigenlijk gekopieerd van oorspronkelijke plantaardige producten. Het meest gekende voorbeeld is aspirine. Andere stoffen worden rechtstreeks uit planten gewonnen zoals digoxine (uit Digitalis) en morfine (uit Papaver).

 

Feit 83

Tussen 1959 en 1980 bevatte 25% van alle voorgeschreven medicijnen in de Verenigde Staten stoffen afkomstig van hogere planten. Gedurende deze periode varieerde dit cijfer met minder dan 1%.

 

Feit 84

Een aantal moderne medicijnen worden rechtstreeks van planten gewonnen. De planten worden op grote schaal gekweekt en worden dus niet uit het wild geroofd. De wilde individuen blijven nochtans belangrijk omdat ze interessante genen kunnen bevatten.

 

a) Digitalis lanata, komt in het wild in bossen en bermen van Zuid-Europa voor. De plant wordt geteeld en levert digoxine, dit product vertraagt de hartslag.

 

b) De opiumpapaver (Papaver somniferum), afkomstig van de Mediterrane regio levert gekende opiaten zoals codeïne en morfine.

 

c) De roze maagdenpalm (Catharanthus roseus), een endeem van Madagaskar levert de alkaloïden vincristine en vinblastine. Deze Vinca alkaloïden zijn zeer werkzaam bij de behandeling van kinderleukemie en lymfeklierkanker. De totale jaarlijkse handel in deze producten bedraagt jaarlijks ruim € 75.000.000. De plant werd lokaal gebruikt om ondermeer diabetes te behandelen. De ontdekking van de actieve componenten is een voorbeeld van hoe etnobotanische kennis gecombineerd met moderne wetenschap krachtige en doelgerichte medicijnen kan opleveren.

 

Feit 85

Regelmatig duiken nieuwe plantaardige medicijnen op. Een zeer efficiënt antikanker product : 'taxol' (paclitaxel)  werd gevonden in de schors van Taxus brevifolia. Deze stof is vooral  werkzaam tegen borst-, long- en eierstokkanker. Het gevaar dat de taxussoort door overmatig verzamelen uitgeroeid zou worden was even reëel. Gelukkig kan de actieve component ook bekomen worden via een semi-synthetische weg. Uit snoeisel van de gewone taxus (T. baccata) kunnen stoffen gewonnen worden die eenvoudig omgezet kunnen worden in het actieve bestanddeel.

Feit 86

Een extract uit de schors van Cinchona uit de Andes in Ecuador en Peru was gedurende drie eeuwen lang de enige beschikbare remedie voor malaria. Ondertussen worden vooral synthetische stoffen gebruikt. De natuurlijke kinine wint echter weer aan belangstelling omdat verschillende resistente vormen van malaria de kop op steken.

 

Feit 87

Herfsttijloos (Colchicum autumnale) is één van de oudste gekende geneeskrachtige medicinale planten. Reeds honderd jaar voor onze tijdrekening werd de plant gebruikt tegen gewrichtspijnen. Momenteel kennen we de actieve component, colchicine; deze stof wordt gebruikt om jicht te behandelen. Ook in de biologie wordt colchicine gebruikt om inzicht te krijgen in de celdelingprocessen. In de tuinbouw worden met behulp van colchicine polyploïde rassen gemaakt.

 


We bekijken de andere producten en materialen die planten ons leveren.

 

Feit 88

Naast voedsel, medicijnen en hout leveren planten ons honderden andere producten :vezels, harsen, gommen, delicatessen en stimulerende stoffen zijn maar enkele groepen van stoffen. Vaak bestaan er synthetische vervangproducten maar de natuurlijke materialen zijn bijna steeds duurzamer. Bovendien zijn de natuurlijke producten, mits wijs beheer, onuitputtelijk.

 

Feit 89

Vezels zijn de meest gekende groep van plantaardige materialen. De mensheid gebruikt meer dan 2.000 soorten vezelplanten, ongeveer 40 leveren de vezels waarop de wereldhandel draait.

Eenjarig vlas (Linum usitatissimum) is waarschijnlijk de oudste vezelleverancier. De plant, inheems in Zuid West Azië, werd reeds geteeld en gebruikt door de Oude Egyptenaren. Van de vezels maakt men linnen. De plant heeft als bijkomend voordeel dat lijnzaadolie uit de zaden kan gewonnen worden.

Hennep (Cannabis sativa) heeft een lange en nuttige geschiedenis met talrijke mogelijke toepassingen. De lange, sterke vezels werden lang gebruikt om touwen mee te slaan. Ook in de  textielindustrie werd Hennep gebruikt, de vezels leveren ook papier van hoge kwaliteit. Uit de zaden kan olie geperst worden. De zaadjes zelf worden als vogelvoer verkocht. Sinds onheugelijke tijden hebben mensen gebruik gemaakt van de verdovende eigenschappen van de producten (Cannabis, marihuana, hasj, ganja,...) in deze plant. Dezelfde stoffen kennen ook een medicinaal gebruik.

 

Feit 90

In tropische gebieden leveren bamboes als het ware geprefabriceerde bouwelementen. De stevige en flexibele stengels worden op duizend en één manieren gebruikt. Als steunpilaren, om muren mee te bouwen, als vloer, waterpijp of -goot, als matten of er wordt papier gemaakt (koffiefilters), ook meubels, muziekinstrumenten en gereedschappen worden uit bamboe vervaardigd. De levende planten, die meters hoog worden, worden geplant als sierplant of als windbrekende hagen, van talrijke soorten worden de jonge scheuten gegeten.

 

 

Feit 91

Rietsoorten, kosmopolitische moerasgrassen zijn een onuitputtelijke bron van materialen. Het gewone riet (Phragmites australis) wordt wereldwijd gebruikt als dakbedekking. Sommige volkeren zoals de Moerasarabieren langs de Eufraat en de Tigris bouwen volledige huizen en moskeeën met riet. In Centraal-Afrika wordt geëxperimenteerd met geperste rietblokken als brandstof. In Europa en Amerika worden rietvelden aangelegd om water te zuiveren. De uitgebreide wortelmatten filteren allerlei afval uit het water. Rietkragen voorkomen de afkalving van vijver- en rivieroevers en bieden bescherming en broedplaats aan talloze watervogels.

 

Het Reuzenriet (Arundo donax), de "bamboe" van het Middellandse Zee gebied, wordt als windscherm geplant, er worden stokken van gemaakt. Sinds de Oudheid levert deze plant ook de pijpen voor allerlei blaasinstrumenten.

 

Feit 92

Bijna alle 65 soorten wijnrank (Vitis) zijn endemen van Noord-Amerika, de Vikingen noemden dit continent niet voor niets Vinland. In 1867 werd de Europese wijnindustrie bijna vernietigd door een plaag van wortelluizen (Phylloxera). Enkel door de Europese druivenrassen (cultivars van Vitis vinifera) te enten op Amerikaanse onderstammen konden de planten en de wijncultuur gered worden.

 

Feit 93

Palmen leveren massaal veel producten. De kokospalm (Cocos nucifera) levert bouwmaterialen, dakbedekking, matten, houtskool, eetbare noten, olie, vezels en gebruiksvoorwerpen. Letterlijk alles van de plant kan gebruikt worden.

 

Feit 94

Rotan is een product van de rotanpalmen Calamus en Daemonorops e.a., deze lianen klimmen met behulp van haakvormige stekels. De planten kunnen tot 3 - 4 meter per jaar groeien en worden meer dan 100 meter lang. Ze groeien in hete moerassen. De oogst van de stengels is  zeer zwaar en slecht betaald werk.

De elastische stengels worden gespleten en van deze repen worden meubels, matten, manden, touwen en zelfs bruggen gemaakt.

 

Feit 95

Kurk wordt gewonnen uit de buitenste schorslagen van de Kurkeik (Quercus suber). Deze boom groeit op kalkarme bodems in het westen van het Middellandse Zee gebied. Elke 8-10 jaar worden de buitenste 3-5 cm van de schorslaag van de boom "geschild", de schors groeit in de tussenperiode terug.

Kurk is licht, stevig en waterdicht, het kent talrijke toepassingen. Er worden tegels van gemaakt, matten en linoleum. Ook vlotters voor visnetten worden ermee gemaakt. In de jaren 70 ontstond plots een groot tekort aan kurk, de dikke zolen van de plateauschoenen waren hier de oorzaak van. De meest bekende toepassing is natuurlijk de kurk op de wijnfles. Sinds 1990 duiken echter ook plastieken stoppen op.

 

 

Feit 96

Een aantal planten produceren een stevige, elastische, waterafstotende latex. De meest gekende plant is de rubberboom (Hevea brasiliensis). Natuurlijk rubber is van veel hogere kwaliteit dan synthetisch rubber. Het wordt nog steeds gebruikt in banden van vliegtuigen en in condooms.

 

Feit 97

De zeegrassen (Cymodoceaceae, Posidoniaceae, Ruppiaceae en Zosteraceae), zijn mat vormende, bloeiende planten, voor het merendeel voorkomend in zeewater. Ze groeien onder water. In termen van de aanmaak van biomassa zijn het de meest productieve planten, vooral in de warme zeeën. Ze vormen de basis voor grote ecosystemen met talrijke ongewervelden maar worden ook gegeten door bijvoorbeeld de zeekoeien. Zeegras (Zostera) wordt als verpakkingsmateriaal gebruikt en om matrassen te vullen.

Het gebruik van zeegras is niet nieuw, de  wereldberoemde ijsman, een lijk uit het Bronzentijdperk dat onlangs in de Alpen tussen Oostenrijk en Italië werd ontdekt, droeg een muts van zeegras.

 

Feit 98

Chocolade wordt gewonnen uit de zaden van de cacaoboom (Theobroma cacao). Dit is een boom uit de onderlaag van het regenwoud in Centraal-Amerika en het bovengebied van de Amazone. Vandaag wordt de boom wereldwijd geteeld, ondermeer in West-Afrika. De actieve stoffen zijn een groep van alkaloïden waaronder theobromine. De Maya's en de Azteken beschouwden de stof als heilig. De plant is reeds eeuwen in cultuur. Jammer genoeg zijn talrijke van de oudste cultivars met uitsterven bedreigd.

 

Feit 99

Talrijke gommen en resines worden vandaag nog geoogst van wilde planten. Deze gebruiken hebben een lange voorgeschiedenis. Herodotus beschreef reeds in de vijfde eeuw voor onze tijdrekening hoe de inwoners rond de Egeïsche Zee kleverige substanties uit de haren van de geiten kamden en hoe ze op hete dagen aromatische planten ranselden met lederen harken. In Fodhele, in het westen van Kreta, de geboorteplaats van El Greco, verzamelen de mensen vandaag nog steeds de gom van Cistus creticus met dergelijke harken. De gom wordt verwerkt in wierook en parfum.

 

Feit 100

Het lam van het Gulden Vlies, of het Gouden Lam, was/is een "dier" met een snuit en vier poten, volledig bedekt met harige gouden schubben. Het ging echter niet om een lam maar om  het gedroogde rhizoom van een kleine boomvaren (Cibotium barometz) uit Maleisië en China. Dit "lam" had/heeft zogenaamde medische eigenschappen. Tegenwoordig staat de soort zwaar onder druk door het verzamelen uit het wild.

 

Feit 101 ??

Wil u meer ? Planten spelen een rol in alle facetten van ons leven. Het volgende feit moet u zelf maar ontdekken. Laat het ons weten...

Voor vragen over een bezoek aan de Plantentuin, contacteer Patrick Bockstael (Tel.: + 32 2 260 09 70).

Plantentuin Meise
Domein van Bouchout
B-1860 Meise