Plantentuin Meise



Hernieuwbare grondstoffen en producten uit het tropisch regenwoud

  • Waar te zien in de Plantentuin: De regenwoudkassen van het Plantenpaleis zijn de kassen C, D, E, F en G.

Rotan, een product uit het regenwoud

Het tropisch regenwoud
Vaak wordt het tropisch regenwoud enkel gezien als een massa bomen die zo snel mogelijk gekapt en verkocht dienen te worden. Deze visie is zeer kortzichtig want ook op economisch vlak is het regenwoud veel meer dan een voorraad nog niet omgehakt hout. Een duurzame ontwikkeling en ontginning van het regenwoud biedt grote mogelijkheden voor lokale economische welvaart en zinvolle export, gecombineerd met natuurbescherming.
Er zijn verschillende manieren om de rijkdommen van het tropisch regenwoud duurzaam te ontginnen. We moeten echter goed beseffen dat de in het westen ontwikkelde technieken niet altijd de meest geschikte zijn om toe te passen binnen het kader van het tropisch regenwoud. Bodem en plantengroei reageren immers anders onder de tropenzon dan in onze streken.

Duurzame houtkap
Het hout uit het regenwoud wordt op verschillende manieren gebruikt. Lokaal wordt het als brandhout gebruikt. Bepaalde houtsoorten worden gebruikt als bouwmateriaal of bewerkt voor meubels, dit hout wordt grotendeels geëxporteerd. Teak (o.a. Tectona grandis), mahonie (Swietenia macrophylla), ebbenhout (Diospyros ebenum) zijn voorbeelden van dergelijke houtsoorten. Zij worden vaak selectief gekapt.
Het hout van andere bomen wordt verwerkt tot allerlei secundaire houtproducten zoals houtpulp, papier, multiplex- en vezelplaten (zoals MDF), ook dit hout is grotendeels voor de export bestemd. Het wordt geoogst door grote gebieden kaal te kappen.
Het kappen van bomen is een zeer ingrijpende gebeurtenis voor het regenwoud, het kan echter op een duurzame manier gebeuren. Net als de meeste vegetaties beschikt het regenwoud immers over een natuurlijke capaciteit tot zelfherstel. Branden, overstromingen of stormen kunnen stukken regenwoud vernietigen. Op deze plekken zal het regenwoud zich spontaan herstellen. In eerste instantie groeit er een secundair woud. Dit is echter veel minder soortenrijk dan het oorspronkelijk woud. Na verloop van tijd, misschien na enkele eeuwen zal het secundair woud zich herstellen tot oorspronkelijk, primair, woud.
Bij duurzame houtkap wordt met een aantal factoren rekening gehouden zodat de natuurlijke herstelprocessen zich kunnen voltrekken. Tijdens het proces van het kappen zelf wordt het gebruik van zware machines vermeden. Bomen worden manueel geveld en via bijvoorbeeld een kettingsysteem uit het bos gesleept. Hierdoor wordt de structuur van de bodem niet vernietigd door samenpersing onder het gewicht van de machines.
Bij duurzame houtkap worden de stammen ter plekke ontschorst en opgekapt. Hierdoor blijven grote hoeveelheden organisch materiaal ter plaatse en raakt het ecosysteem minder voedingsstoffen kwijt. Bij duurzame selectieve kap worden voldoende volwassen bomen van alle soorten gespaard. Deze bomen leveren de zaden waaruit het toekomstige woud zal groeien. Zelfs kaalkap kan op een meer duurzame manier. Door smalle, kaalgekapte, stroken af te wisselen met ongeschonden stroken kan het woud zich herstellen.

Alternatieven voor de houtkap
Door andere bronnen van hout te gebruiken kan de druk op de ongeschonden stukken regenwoud verminderd worden. Op reeds gekapte percelen kunnen plantages van snel groeiende boomsoorten zoals Gmelina (tot 30 m3/ha/jaar), Leucaena of Albizzia aangeplant worden. Dit hout kan gebruikt worden voor secundaire houtproducten. Plantages van Eucalyptus zijn minder wenselijk. Hun bladeren breken zeer moeilijk af, ze blijven jarenlang op de bodem liggen en verhinderen dat er zich een ondergroei ontwikkelt.
Ook specifieke houtsoorten kunnen aangeplant worden. Momenteel worden grote inspanningen geleverd om plantages van teak (o.a. Tectona grandis) aan te leggen. Er zijn ook boomsoorten uit gematigde streken die alternatieven leveren voor tropisch hardhout. Het hout van bijvoorbeeld de gewone robinia (Robinia pseudoacacia) en van de tamme kastanje (Castanea sativa) is zeer duurzaam.
Plantages aanleggen kost echter veel geld en het duurt vaak jaren voor er enige opbrengst is. In de tussentijd kan echter hout geoogst worden bij het uitdunnen, er kunnen ook voedergewassen gekweekt worden tussen de bomen.
Plantages van één enkele soort putten de bodem uit en zijn vaak gevoelig voor aantasting door ziekteverwekkers of ongedierte. Dergelijke plantages bieden weinig mogelijkheden voor andere, inheemse, dieren of planten. De plantages verhinderen wel zware erosie van de bodem en ze leveren een positieve bijdrage tot het in stand houden van de waterhuishouding van een gebied.
Voor de productie van houtpulp voor de papierindustrie kunnen andere planten gebruikt worden, kenaf (Hibiscus cannabinus), bamboe of hennep (Cannabis sativa) zijn goede leveranciers van houtvezels. Zij zouden een hogere opbrengst leveren per hectare dan het regenwoud zelf. Een andere mogelijkheid is de 'houtgras' techniek. Hierbij worden bepaalde boomsoorten zeer dicht gezaaid. De jonge opschietende stengels worden gemaaid, als gras, en gebruikt voor de productie van houtvezels. De bomen schieten opnieuw uit. Ook het gebruik van gerecycleerd papier levert een grote bijdrage tot het behoud van het regenwoud.

Traditionele landbouw
In het verleden werden de westerse landbouwmethodes kortzichtig toegepast in regenwoudzones. Dit leverde niet de verwachte hoge opbrengsten op. Tegenwoordig beseft men dat de oude, lokale, landbouwtechnieken veel beter geschikt zijn. Bovendien maken de oude landbouwmethodes ook vaak gebruikt van zogenaamde landrassen, dit zijn door de mens geselecteerde rassen van bepaalde cultuurgewassen. Iedereen kent de tientallen oude appelrassen in onze streken. Maar ook in de tropen werden in het verleden talrijke rassen geselecteerd. De Jarawara-indianen uit Zuid-Amerika kennen bijvoorbeeld niet minder dan 22 maniok-variëteiten. Elke variëteit is geselecteerd om in bepaalde omstandigheden of op een bepaalde bodem goed te groeien.
Bij de traditionele landbouw zijn de percelen niet permanent in cultuur, de traditionele landbouw is zwerflandbouw. Een bepaald perceel wordt in cultuur gebracht, meestal door afbranden. Bepaalde gewassen, waaronder ook bomen worden op dit perceel aangeplant. De bodem blijft het ganse jaar door begroeid, dit voorkomt erosie en houdt woekerende onkruiden in toom. In de eerste jaren wordt vooral basisvoedsel geoogst zoals maniok en groenten. Wanneer de bodemvruchtbaarheid terugvalt zal een nieuw perceel in cultuur gebracht worden. Op het oude perceel blijven de aangeplante bomen echter groeien. Zij worden gebruikt als bouwmateriaal, als leverancier van vruchten en zelfs om hun medicinale eigenschappen. Wat voor de buitenstaander opschietend secundair woud is, is eigenlijk een door de mens aangelegde nutstuin. Na verloop van tijd neemt het woud zijn plaats terug in.
Traditionele landbouwtechnieken in het regenwoud leveren grote variatie aan lokaal bruikbare producten op. Bovendien verstoren ze het lokale ecosysteem veel minder.

Economische planten afkomstig uit het regenwoud
Heel wat producten zijn afkomstig van regenwoudplanten. De meest gekende zijn een aantal tropische vruchten. Bananen (Musa), ananas (Ananas comosus), papaya (Carica papaya) en mango (Mangifera indica) worden op grote schaal geteeld. De brazil-noot (Bertholletia excelsa) kan niet goed in plantages gekweekt worden, de noten worden van wilde bomen geoogst. Ook planten zoals de yam (Dioscorea), de zoete aardappel (Ipomoea batatas) en de maniok (Manihot esculenta) zijn uit het regenwoud afkomstig. De cacaoboom (Theobroma cacao), het suikerriet (Saccharum officinarum) en de 'Robusta' koffie (Coffea canephora) leveren de grondstoffen voor wereldomspannende economische activiteiten, maar zijn oorspronkelijk afkomstig uit het tropisch regenwoud.
Veel specerijen en smaakmakers zijn afkomstig van regenwoudplanten. Kaneel (Cinnamomum verum), kruidnagel (Syzygium aromaticum), nootmuskaat en foelie (Myristica fragrans), peper (Piper nigrum) en vanille (Vanilla) zijn slechts enkele voorbeelden. Ook allerlei essentiële oliën worden gewonnen uit regenwoudplanten : ylang-ylang (Cananga odorata), patchouli (Pogostemon cablin), sandelhout (Santalum album) en eugenol (Pimenta racemosa).
Uit het tropisch regenwoud zijn ook verschillende vezels afkomstig. Jute (Corchorus) en kenaf (Hibiscus cannabinus) leveren ruwe vezels voor de verpakkingsindustrie. De zachte haren uit de vruchten van de kapokboom (Ceiba pentandra) worden gebruikt als vulling. De lange buigzame stengels van rotanpalmen (Calamus, Daemonorops) worden verwerkt tot gevlochten meubilair of tot manden. Deze liaanachtige palmen groeien in vochtige moerassen.
Rubber is één van de meest gebruikte producten uit het regenwoud. Het wordt grotendeels geproduceerd uit de latex van de rubberboom (Hevea brasiliensis). Maar ook andere regenwoudbomen leveren latex. Zo wordt de latex uit Mimusops globosa gebruikt om golfballen te maken. Deze uit de chicleboom (Manilkara zapota) wordt gebruikt bij de aanmaak van bepaalde soorten kauwgom.
Het regenwoud levert ook belangrijke medicijnen zoals het bloeddrukverlagend product reserpine uit Rauvolfia. Picrotoxine uit de Aziatische liaan Anamirta cocculus wordt gebruikt als een stimulans voor het zenuwstelsel en wordt toegepast bij barbituraatvergiftiging (over-dosis slaapmiddelen). Eén van de meest gekende producten uit het tropisch regenwoud is waarschijnlijk kinine. Dit is nog steeds één van de beste medicijnen tegen malaria. Kinine wordt gewonnen uit de schors van de kinaboom (Cinchona officinalis). In totaal is slechts 1 % van alle plantensoorten getest op de aanwezigheid van de mogelijke heilzame chemische stoffen. Het is dus meer dan waarschijnlijk dat er nog verschillende krachtige medicijnen verborgen liggen in het tropisch regenwoud.

Ecotoerisme
Een recent 'product' van het tropisch regenwoud is het ecotoerisme. Vanuit de geïndustrialiseerde landen komen toeristen naar de tropen om kennis te maken met de overdonderende biodiversititeit van het regenwoud. Wanneer deze ontwikkelingen in samenspraak met de lokale bevolking verlopen en als ook zij de economische voordelen hiervan hebben dan kan dit een belangrijke component worden in het economisch waarderen van het tropisch regenwoud.

Voor vragen over een bezoek aan de Plantentuin, contacteer Patrick Bockstael (Tel.: + 32 2 260 09 70).

Plantentuin Meise
Domein van Bouchout
B-1860 Meise