Plantentuin Meise



De Rubiaceae, walstro- of koffiefamilie

  • Waar te zien in de Plantentuin: o.a. in de kas met de tropische economische planten "Mabundu", in andere kassen en in het Herbetum

Posoqueria longiflora

Hoeveel zijn er en waar groeien ze?
De koffiefamilie (Rubiaceae) is één van de grootste plantenfamilies, de koffiestruik (Coffea) is ongetwijfeld de meest gekende soort van deze uitgebreide familie. In totaal zijn er ongeveer 12.500 soorten. De meeste soorten komen voor in de tropen en subtropen, maar ook bij ons, in de gematigde gebieden, en zelfs nabij de Noord- en Zuidpool vindt men Rubiaceae.
Rubiaceae komen in alle biotopen voor, behalve in de woestijn. Ze zijn zeer talrijk in tropische bossen, zowel in regenwouden als in droge bossen. Daar vinden we ze vooral in de ondergroei terug. Tot 50% van de struiken en kleine bomen kunnen Rubiaceae zijn! In savannes en graslanden zijn ze minder vertegenwoordigd, alhoewel hier dikwijls de kruidachtige soorten uit de familie voorkomen.

Hoe zien de planten er uit?
De meeste Rubiaceae uit warme streken zijn houtig : het zijn struiken en kleine bomen, maar er zijn ook lianen en klimmers of epifyten, reofyten en geofrutices. Slechts enkele soorten zijn grote bomen of zelfs succulenten.
Een belangrijk kenmerk van deze plantenfamilie is de bladstand. Ze hebben kruisgewijs tegenoverstaande bladeren, deze zijn enkelvoudig en gaafrandig. Tussen de bladeren komen steunblaadjes voor.
De kroon van de bloemen is vergroeid en buisvormig, de meeldraden staan ingeplant op de deze kroonbuis. De bloemen zijn meestal aangepast aan insectenbestuiving. Het vruchtbeginsel is onderstandig, dit betekent dat de bloemkelk ingeplant is boven het vruchtbeginsel. De vrucht is meestal een steenvrucht of een bes.
In de gematigde streken komen alleen kruidachtige soorten voor. In Belgie vinden we bijvoorbeeld 19 soorten. De bloemen zijn gegroepeerd in vertakte bijschermen en zijn straalsgewijs symmetrisch en meestal wit, maar soms ook geel, roze of blauw van kleur. Bij al deze soorten staan de bladeren in kransen van 4 tot 12. Eigenlijk hebben deze kruidachtige Rubiaceae, net zoals hun tropische verwanten, twee tegenoverstaande bladeren. De andere 'blaadjes' uit de bladkransen zijn steunblaadjes die tot bladeren omgevormd zijn.
Onderzoekers geloven dat de houtige Rubiaceae primitiever zijn en vroeger ontstaan zijn dan de kruidachtige vormen. Het zijn enkel deze meer geëvolueerde kruidachtige vormen, die, vanuit het tropische oorsprongsgebied van de familie, een plaats hebben veroverd in de gematigde streken.

Enkele inboorlingen
Eén van de meest bekende soorten uit België is het kleefkruid (Galium aparine), een wijdverspreide forse plant met kleine witte bloempjes gegroepeerd in okselstandige bijschermen. Deze soort komt voor in bossen met rijke bodem, in heggen of op braak-of bouwland. De plant vormt kleine vruchtjes die over hun hele oppervlakte bedekt zijn met stevige haakvormige haren. Daardoor kleven ze gemakkelijk aan de vacht of veren van dieren en aan kleding. Op deze wijze zorgt de plant voor een goede verspreiding van zijn zaden.
Een andere bekende soort is geel walstro (Galium verum). Deze groeit in droge graslanden of bermen, in duinen of op rotsachtige plaatsen. De plant heeft heldergele, sterk naar honing ruikende, bloempjes, gegroepeerd in grote, opvallende eindstandige pluimen.
Lievevrouwebedstro (Asperula odorata), met witte bloemen groeit normaal in arme bossen, maar wordt vaak als sierplant gekweekt. De soort bevat veel cumarine, deze stof veroorzaakt de karakteristieke geur van de gedroogde plant, en wordt gebruikt om witte wijn te aromatiseren. Deze krijgt dan de naam "maitrank" of meiwijn.

Koffie, kinine en andere producten uit de Rubiaceae
Koffie is het belangrijkste produkt dat uit de Rubiaceae gewonnen wordt. Het zijn vooral de Afrikaanse soorten Coffea arabica en Coffea canephora die ons koffie leveren. Koffieplantages vindt men tegenwoordig in bijna alle tropische en subtropische gebieden, ook buiten het oorsprongsgebied van het genus Coffea in Afrika en Madagaskar. Economisch gezien is koffie één van de belangrijkste landbouwgewassen. Niet vreemd als je weet dat negen op de tien Belgen koffie drinken en dat we per persoon zo'n 7 kilo koffie per jaar gebruiken. En we zijn bijlange na niet de grootste koffiedrinkers ter wereld.
Vroeger was ook het genus Cinchona economisch zeer belangrijk. Hieruit werd kinine gewonnen, een geneesmiddel tegen malaria. Ook vele andere Rubiaceae bezitten geneeskrachtige eigenschappen. Veelal worden ze echter slechts lokaal door bepaalde stammen of door de inheemse bevolking als geneesmiddel gebruikt.
Een uitzondering is het op grotere schaal bekende geneesmiddel is het braakmiddel ipecacuanha, dit wordt gewonnen uit Cephaelis ipecacuanha.
Uit bepaalde Rubiaceae worden kleurstoffen gewonnen, bv. uit vertegenwoordigers van de genera Uncaria en Rubia. Meekrap (Rubia tinctorum) is een kruidachtige Rubiaceae die inheems is in West- en Centraal-Azië, maar ook als genaturaliseerde soort voorkomt in Centraal en Zuid-Europa. Uit de wortels van meekrap wordt reeds gedurende vele eeuwen een rode kleurstof gewonnen die gebruikt wordt voor het kleuren van stoffen. De oudste bekende met meekrap gekleurde kledingstukken werden gevonden in Azië en dateren van ongeveer 3000 voor Christus. De kleurstof werd ook gebruikt in het oude Egypte en wordt vermeld in de bijbel. Tegenwoordig wordt meekrap nog slechts weinig gebruikt.

Rubiaceae in huis, tuin en kas
De Rubiaceae leveren een aantal bekende ornamentele planten. Heel wat soorten worden in tropische en subtropische gebieden aangeplant als tuin- of parkplant. Maar ook in België worden Rubiaceae als kamerplant aangeboden.
Kleine koffieplanten hebben mooie glanzende bladeren. De planten hebben het echter graag warm en licht, maar niet zonnig, en ze vragen een permanente hoge luchtvochtigheid. Het valt dus te betwijfelen of u ooit uw eigen koffiebonen zult kunnen branden.
De meest gekende kamerplant is ongetwijfeld Gardenia. De grote, witte, alleenstaande bloemen verspreiden een heerlijke geur. De genera Pentas, Bouvardia en Ixora bezitten bontgekleurde bloemen gegroepeerd in grote bloemgestellen. Andere genera die bij ons hun intrede gemaakt hebben, zijn Serissa, dat door zijn kleine bladeren en bloemen geschikt is als bonsai, en Nertera, een kruidachtige plant, afkomstig uit Chili, met zeer kleine blaadjes. Het meest opvallend zijn de kleine, ronde, heloranje besjes. Er zijn ook selecties met witte en gele besjes. Deze plantjes doen het meestal goed in een veranda.

Meer weten?
Heywood, V. Bloeiende planten van de wereld. Elsevier
Robbrecht, E. (1988) Tropical woody Rubiaceae. Opera Botanica Belgica 1: 1-271 *
Robbrecht, E. (ed.) (1995) Kawa, Koffie ontsluierd : van koffiestruik tot kopje koffie. Nationale Plantentuin van België *

* te koop in de Tuinwinkel of te bestellen via onze website



Voor vragen over een bezoek aan de Plantentuin, contacteer Patrick Bockstael (Tel.: + 32 2 260 09 70).

Plantentuin Meise
Domein van Bouchout
B-1860 Meise