Plantentuin Meise



Technische installaties van de Plantentuin

Opbouw van de warmtekrachtkoppelingscentrale

De verwarmingsinstallatie
De verwarming van de serres en de gebouwen gebeurt vanuit een centrale stookplaats gelegen vooraan links in het domein. In de stookplaats bevinden zich 4 vlampijpketels. De modulerende branders van de ketels werken normaal met aardgas maar kunnen eveneens met gasolie gestookt worden. De ketels hebben een vermogen van 3.000.000 kcal of 3.500 kW, hetzij een totaal van 12.000.000 kcal of 14.000 kW. In de winterperiode bij zeer strenge vorst kan het gasverbruik oplopen tot 12.000 m³ per dag. Het jaarlijks verbruik bedraagt gemiddeld 1.600.000 m³

Zuinig met energie
In samenwerking met de gasmaatschappij werd in een gedeelte van het stookgebouw een warmtekrachtkoppelingscentrale gebouwd. De warmtekrachtkoppelingscentrale bestaat uit twee gekoppelde gasmotoren welke een alternator aandrijven. De alternator met een vermogen van 1.500 kW levert de elektriciteit aan het hoogspanningsnet , de warmte die vrijkomt van de koeling van de motor en de uitlaatgassen wordt via een warmtewisselaar aan de verwarmingsinstallaties van de Plantentuin geleverd aan gunstiger voorwaarden dan de eigen warmteproduktie. Tegelijk is er een vermindering van CO2 uitstoot met ongeveer 360 ton per jaar.

Verwarming van de kassen
Met vier krachtige pompen die door frequentieomvormers gestuurd worden en waarvan het debiet kan oplopen tot 600 m³/uur, wordt het warme water via een 700 m lange ondergrondse leiding naar de serres gestuurd.
Het Plantenpaleis bestaat uit 13 grote kassen waarvan de hoogte varieert tussen 8 en 16 m. Binnen de grote kassen bevinden zich 22 kleine kassen. De nuttige oppervlakte bedraagt ongeveer 10.000 m².De kweekkassen, bestaande uit 20 kleinere serres en de 2 oranjerieserres, hebben een oppervlakte van ongeveer 2.500 m².De temperatuur van de serres is afhankelijk van het natuurlijk klimaat van de planten en bedraagt heel het jaar door minstens 18° tot 20° C voor de warme serres en 10° tot 12° C voor de koude serres. Sommige serres zoals de Woestijnkas en de Lentekas mogen in de winter nog wat frisser worden. Elke serre heeft een eigen onderstation met driewegkraan en pomp, die gestuurd worden door een geprogrammeerde PLC (programmeerbare logische controller). De verwarmingsinstallaties in het stookgebouw, in de serres en in de gebouwen werken automatisch en worden gestuurd door geprogrammeerde PLC's. De PLC's staan in een netwerk en communiceren met een master PLC. In het stookgebouw kan van op een PC de volledige werking van de technische installaties gecontroleerd en gevisualiseerd worden. Alle temperaturen van de serres worden geregistreerd en kunnen in grafiekvorm of in tabelvorm op de PC weergegeven worden.

Water voor de planten
De Plantentuin heeft 2 pompstations die instaan voor de waterbevoorrading. Een eerste pompstation, gelegen in de kleine binnentuin aan de Oranjerie, trekt het water uit een 180 m diepe put. Het opgepompte water dat te zout is voor de planten, wordt gezuiverd door middel van omgekeerde osmose en opgeslagen in een ondergrondse vergaarbak van 240 m³. Vanuit deze vergaarbak wordt het water onder druk naar de serres gestuurd en gebruikt als gietwater voor de planten. Het gietwater heeft een pH van ongeveer 6,5 en een conductiviteit van 10 µS. Het verbruik van water voor het gieten van de planten bedraagt per jaar ongeveer 15.000 m³
Een tweede pompstation trekt zijn water uit de kasteelvijver. Dit water wordt gebruikt voor het gieten van de planten in open lucht. In de toekomst zal de Plantentuin inspanningen leveren om meer hemelwater te gebruiken.
In verschillende kassen wordt ook de luchtvochtigheid op een hoog peil gehouden. Dit is vooral het geval in de kassen met de familie van de aronskelkachtigen. Hiervoor wordt omgekeerd osmose water verneveld in de serres.

Licht is zeer belangrijk voor planten
Licht is in een kas van wezenlijk belang. De glasbedekking van de oude kassen van het Plantenpaleis bestaat uit gewoon glas. Bij de vernieuwingswerken worden het glas en de glasroeden vervangen. Voor de dakbedekking werd gekozen voor gelaagd glas, dit vooral voor veiligheidsredenen. Bij dit type glas zijn er twee lagen op elkaar gelijmd. Bij glasbreuk kunnen er dus geen scherven omlaag vallen. De buitenste laag glas is Hortiplus-glas, dit heeft aan de buitenkant een lichte metaalcoating. Deze coating geeft een karakteristiek iriserend effect en zorgt voor een betere warmte-isolatie. De ramen worden gemonteerd in wit gemoffelde speciaal ontworpen aluminium profielen.
Om goed te kunnen groeien hebben planten licht nodig, in het donker lukt dat niet. Niet alle licht is even geschikt voor planten. Ze hebben vooral behoefte aan licht met een golflengte tussen 650 en 730 nanometer. Met dit licht kunnen ze fotosynthetiseren en kunnen ze zich goed ontwikkelen. Ons nieuwe glas laat ongeveer 77% van de intensiteit van licht met deze golflengte door. Om die reden witten we de nieuwe kassen ook niet meer af. Indien we nog minder licht zouden doorlaten dan zouden de planten niet kunnen groeien.
Slechts zelden worden de planten bijgelicht in de donkere dagen. Dit is vooral het geval in de bonencollectie. Deze planten hebben immers dagen van een bepaalde lengte nodig om hun levenscyclus te kunnen voltooien.

Verluchten
Niet alleen water en licht zijn belangrijk voor planten, ook lucht is essentieel. Op bepaalde dagen kan u de kassen echt horen ademen, de verluchtingsramen openen en sluiten zich volautomatisch. De ramen van alle kassen worden immers via een computer gestuurd. Via allerhande sensoren doet deze permanent metingen, zowel binnen als buiten. Er zijn bijvoorbeeld windsensoren die reageren op veranderingen in windsnelheid. Bij hevige wind blijven de ramen gesloten zodat er geen beschadiging kan optreden.
Bij de vernieuwde daken zal u zien dat er voor de verluchtingsramen gaas is gemonteerd. Bij volledige vervanging van de glasbedekking van het Plantenpaleis zullen alle verluchtingsramen van dergelijk gaas voorzien worden. Op dat moment zullen we vogels in de kassen kunnen loslaten. Deze vogels maken deel uit van ons ongedierte bestrijdingsprogramma en zullen schadelijke insecten opeten in de toppen van de bomen in het Plantenpaleis.

Voor vragen over een bezoek aan de Plantentuin, contacteer Patrick Bockstael (Tel.: + 32 2 260 09 70).

Plantentuin Meise
Domein van Bouchout
B-1860 Meise