Plantentuin Meise



Tropische vruchten

  • Waar te zien in de Plantentuin : Vooral in Mabundu, dit is de kas met tropisch economische planten en elders in de kassen van het Plantenpaleis.

Taro (Colocasia esculenta) en jakfruit (Artocarpus heterophylla)

Een onduidelijk begin
"Zij leefden van jacht en visvangst" is natuurlijk maar het halve verhaal. Zij leefden evenzeer van "bessenpluk en knollengraverij". Naast dierlijk voedsel heeft de mens steeds plantaardige elementen in zijn menu gehad. We hebben nu eenmaal niet alleen scherpe hoektanden maar ook platte kiezen, die bijzonder geschikt zijn om planten fijn te kauwen. Onze voorouders hadden deze maalkiezen extra nodig. In hun wilde vorm zijn de meeste planten nu eenmaal niet zacht en gemakkelijk te kauwen. Maar de vroegste culturen lieten het hier niet bij. Net zoals we een aantal dieren gedomesticeerd hebben, werd ook een aantal planten getemd. De planten werden geselecteerd op hun eetbaarheid, hun aangename smaak, hun voedingswaarde en hun gemakkelijke teelbaarheid. Vaak hebben we deze planten zo goed gedomesticeerd dat ze nauwelijks nog op hun wilde voorouders gelijken. Van vele van onze huidige cultuurgewassen kennen we dan ook de oorspronkelijke voorouders niet meer.

Volwassen bloemen
Naast vegetatieve onderdelen, dit zijn de delen van de plant die niet bij de voortplanting betrokken zijn (zoals stengel, wortel en blad), worden soms de bloemen zelf gegeten. Voorbeelden daarvan zijn broccoli en bloemkool. Vaak worden de vruchten van planten gegeten. Vruchten ontstaan uit bloemen. In het centrum van de meeste bloemen vinden we één of meerdere stampers. Deze bestaan uit sterk gewijzigde bladeren die langs de randen met elkaar samengegroeid zijn. Binnenin deze vruchtbladen liggen kleine zaadbeginsels. Wanneer de bloem bestoven wordt met stuifmeel van een andere bloem, groeien deze zaadbeginsels uit tot zaadjes.Gelijktijdig ontwikkelen de vruchtbladen zich tot een vrucht. De andere onderdelen van de bloem sterven af, of versmelten met de uitgroeiende vrucht. In zekere zin zijn vruchten dus volwassen bloemen.

Eetbare en oneetbare vruchten
Binnen elke vrucht bevinden zich zaden, tenminste zo is het onder natuurlijke omstandigheden. Vele fruitsoorten bevatten echter weinig of geen zaden. Door selectie ontstonden cultivars die ook zonder bestuiving vruchten ontwikkelen. Dit zijn parthenocarpe cultivars. Dergelijke steriele vruchten kunnen niet bij alle plantensoorten ontstaan. In appelboomgaarden moet bijvoorbeeld steeds een aantal bestuivende bomen staan om een goede vruchtzetting te bekomen. Vruchten kunnen droog of vlezig zijn. De droge vruchten worden hard en droog; vaak verspreiden ze hun zaden door open te springen en ze rond te slingeren. In volgroeide toestand zijn dergelijke droge vruchten dan ook oneetbaar. Vlezige vruchten daarentegen moeten opgegeten worden, en daarom dienen ze op te vallen. Vaak zijn deze vruchten fel gekleurd (rood, geel of zwart) en geuren ze bovendien nog heerlijk. Het is haast onmogelijk om ze te negeren. Deze vruchten zijn bovendien zeer voedzaam. Ze bevatten hoge concentraties aan suikers, organische zuren en vitaminen. Deze stoffen zijn allemaal van wezenlijk belang voor een goede gezondheid. Door de vruchten op te eten krijgen we allerlei belangrijke voedingsstoffen binnen maar we bewijzen de plant ook een dienst. Vruchten zijn vaak zéér goed voor een vlotte spijsvertering, denk maar aan pruimen. De laxatieve stoffen in de vrucht zorgen voor een vlotte passage van de zaden door het spijsverteringskanaal en op die manier kunnen de zaden ver van de ouderplant terecht komen en kan de plant zijn verspreidingsgebied uitbreiden.

De tropen
In tegenstelling tot de gematigde streken zijn er in de tropen geen grote jaarlijkse temperatuurverschillen. Er is steeds veel zonlicht en vaak een hoge luchtvochtigheid. Onder deze omstandigheden hebben planten zich in de tropen veel uitgebreider kunnen ontwikkelen dan bij ons. Er ontstonden talloze planten met eetbare vruchten, die vaak door de lokale bevolking gebruikt en gekweekt werden. Reeds zeer vroeg werden expedities uitgezonden om de schatten uit de tropen naar Europa te brengen. Onder deze schatten bevonden zich vaak ook vruchten en planten. Door het langzame transport kon slechts een beperkt aantal soorten getransporteerd worden. Aangezien rijpe vruchten bijna onmiddellijk dienen gegeten te worden, werden de vruchten vaak in onrijpe toestand ingescheept. Tijdens het vervoer gebeurde dan de verdere rijping. Dit proces, dat vandaag nog bij bananen gebruikt kan worden, komt de smaak van de vruchten niet ten goede. Aanvankelijk waren tropische vruchten voorbehouden voor de allerrijksten, die de hoge transportkosten konden betalen. Later ging men over tot het kweken van de tropische planten in speciaal verwarmde kassen, een praktijk die ook alleen maar mogelijk was voor gefortuneerde families. Door de opkomst van snellere vervoermiddelen werden de tropische lekkernijen steeds bereikbaarder. Eerst werden bananen en ananas in steeds grotere hoeveelheden op de markt gebracht. Later volgden minder robuuste vruchten, zoals avocado's. Vandaag transporteren vliegtuigen met speciale koelcellen vruchten in enkele uren tijd naar om het even waar. Kiwi's, mango's, papaja's, carambola's en nog zoveel meer zijn geen zeldzaamheid meer in onze supermarkten.

De glazen tropen
Onder de glazen daken van de kassen van de Nationale Plantentuin vindt u ruim 10.000 soorten tropische en subtropische planten. Talrijke daarvan zijn planten waar we de vruchten van eten. In de meeste warenhuizen of fruitwinkels kan u wel de vruchten zelf zien, maar de planten blijven verborgen. In de kassen kunt u de noeste groeiers, de producenten van de zoetzure lekkernijen zelf bewonderen.

Voor vragen over een bezoek aan de Plantentuin, contacteer Patrick Bockstael (Tel.: + 32 2 260 09 70).

Plantentuin Meise
Domein van Bouchout
B-1860 Meise