Persbericht, Communiqué de presse, Press release October 17, 2005

Uitgestorven Belgische plant nieuw leven ingeblazen

Une plante belge éteinte ramenée à la vie

 Kiss of Life’ saves extinct grass

Uitgestorven Belgische plant nieuw leven ingeblazen

Een uitgestorven gewaande plantensoort, de Ardense dravik (Bromus bromoideus) is als het ware uit de dood herrezen. In de Nationale Plantentuin van België, in Meise, groeien enkele tere sprietjes van deze grassoort, net in het jaar waarin België zijn 175ste verjaardag viert. vanzelfsprekend dat de Belgische botanici in hun nopjes zijn, en ook Europese natuurbeschermingsinstanties zijn zeer tevreden.

De grassoort kwam bovendien enkel voor op Belgische grondgebied, zo’n plant noemen we een endeem.  Het was trouwens de enige Belgische endeem.  Vroeger was de soort enkel te vinden in kalkgraslanden en speltakkers in de provincies Luik en Luxemburg. Ze kwam voor rond Rochefort en Beauraing maar vooral rondom het stadje Comblain-au-Pont, waar de soort in 1821 ontdekt werd.

Als enige unieke of endemische soort van België sierde een afbeelding van dit grasje verschillende covers van de Flora van België. In de tweede helft van de 19e eeuw werden de landbouwmethodes intensiever, de spelteelt verdween en de soort begon achteruit te gaan. De Belgische botanici waren meer gefascineerd door de Afrikaanse en Amerikaanse tropische plantengroei en verloren de plant uit het oog.

Gelukkig bleven enkele plantjes in cultuur in de Luikse plantentuin; in de afgelopen halve eeuw zijn steeds meer plantentuinen gesloten of tot een park omgezet. Hierbij gingen hun unieke collecties vaak verloren. Hetzelfde lot leek de Ardense dravik beschoren. Niet alleen het regenwoud herbergt zeldzame planten, ook in onze eigen plantengroei vinden we bedreigde soorten.

Als bij toeval stootte de Britse plantkundige, Dave Aplin, op het verhaal van de Ardense dravik. Momenteel is hij werkzaam in de Nationale Plantentuin te Meise. Hij bereidde zich voor op een bijeenkomst van ENSCONET, een Europese werkgroep rond het bewaren van zaden van inheemse planten (European Native Seed Conservation Network).

"Ik zocht naar voorbeelden van uitgestorven Belgische soorten. Eerst leek het dat er op enkele herbariumvellen na, niets restte van de Ardense dravik. Maar diep in de zaadbank van de Nationale Plantentuin van België ontdekte ik een staal zaadjes". Het was duidelijk dat D. Aplin, de laatste zaadjes van de Ardense dravik in handen had.  

"We deden navraag bij verschillende plantkundigen in België, Frankrijk (waar de plant mogelijk ook voorkwam), we speurden het internet af om te weten te komen of er toch niet nog een privé verzamelaar te vinden was met zaden of planten van de Ardense dravik.  Deze mogelijkheid blijft natuurlijk nog altijd bestaan, maar lijkt vandaag toch erg onwaarschijnlijk.  Wat via het internet gevonden werd was een   Amerikaanse plantenkwekerij die de soort in hun catalogus vermeldde.  Achteraf bleek dat zij echter nooit zelf zaden noch planten in hun bezit gehad hebben.  Als ik hun catalogus tot het einde zou uitgelezen hebben, zou ik wellicht zelfs dodo-eieren kunnen besteld hebben”, grapt Dr. Aplin.   Tijdens zijn zoektocht stootte Dr. Aplin nog op een amateurverzamelaar ergens in Vlaanderen.  Helaas werden de zaden bij deze persoon meer dan 10 jaar op een zolderkamertje bewaard, wat de levensvatbaarheid niet ten goede kwam. “Een van de doelstellingen van ENSCONET is precies het op punt stellen van technieken om zaden op lange termijn te bewaren.  Zaadbanken met moderne methodes en uitrusting zijn essentieel voor een goede bewaring van zaden voor meer dan 100 jaar, zoals het voorzichtig laten dalen van het vochtgehalte van de zaden en het stockeren bij temperaturen van –20°C”, zegt Simon Linington, het hoofd van de Millennium Seed Bank in Engeland, waar men probeert van zoveel mogelijk plantensoorten op aarde zaden te bewaren.

Voor deze grassoort kon de timing niet beter zijn; Dr. Aplin is momenteel de Belgische vertegenwoordiger bij ENSCONET en kon dus met zijn Europese collega’s, zeg maar het kruim van de biologen bezig met natuurbehoud, overleggen.  Verder kon hij gebruik maken van dit netwerk, gesubsidieerd door de EU, evenals van de Millenium Seed Bank van de Royal Botanic Gardens, Kew, in Engeland en in de rest van de wereld een toonaangevend instituut op het vlak van onderzoek naar plantenzaden.  Er werden onmiddellijk enkele zaden ter beschikking gesteld van de Millenium Seed Bank en zowel de Britten als de Belgen in de Nationale Plantentuin te Meise, wachtten met ingehouden adem af of ze deze uitgestorven soort nieuw leven konden inblazen.

Op 6 september kreeg Dr. Aplin vanuit Kew het bevrijdende telefoontje dat de zaden, met succes kiemden.  Uiteraard trokken de wetenschappers van de zaadbank uit dit succes conclusies over de bewaartechnieken van de overblijvende kostbare zaadjes.
Onmiddellijk daarna bleken ook in België de zaden met succes te ontkiemen.

 “Toch wel een opluchting, te weten dat onze zaadbank zijn taak succesvol volbrengt en nogmaals een voorbeeld van het belang van botanische tuinen bij het bewaren van de meest kwetsbare plantensoorten op aarde”, benadrukt Thierry Vanderborght, de manager van de zaadbank van de Nationale Plantentuin te Meise.

Toch blijft de toekomst van de Ardense dravik onzeker. “Zolang het aantal kiemkrachtige zaden minder dan 10 000 is, blijft de soort op de lijst van ‘s werelds meest kwetsbare plantensoorten.  Van het totaal aantal zaden bleek slechts 35% kiemkrachtig, dus de soort was er werkelijk bijna geweest”, aldus Dr. Aplin. “Het beste scenario voor deze soort zou de herintroductie in de natuur zijn, maar dat moet wel uiterst zorgvuldig gebeuren zoniet herhaalt de geschiedenis zich gewoon.”

De zaailingen worden nu op een geheime plaats opgekweekt om zo opnieuw, jonge kiemkrachtige zaden te produceren om de verschillende Europese zaadbanken aan te vullen, zodat we het enige echte Belgische endeem toch nog voor uitsterven kunnen behoeden.

Voor meer info , contacteer Koen Es +32 02 260 09 69

 

 

Une plante belge éteinte ramenée à la vie !

Meise et Kew (GB) rejouent Hibernatus

Disparu à jamais, le Brome des Ardennes (Bromus bromoideus) ? C’est ce que l’on croyait... jusqu’à aujourd’hui : des petites pousses vertes viennent en effet de sortir le nez de quelques graines découvertes récemment au Jardin botanique national de Belgique, à Meise.  Une excellente nouvelle pour les botanistes belges, les milieux européens de la conservation de la nature, et un joli cadeau pour les 175 ans du pays !

Comblain-au-Pont, Rochefort, Beauraing : le brome trouve exclusivement les sols calcaires qui lui conviennent dans les seules provinces de Liège et du Luxembourg.  C’est ce que l’on appelle une espèce endémique (en biologie : unique dans une aire géographique donnée).  La culture de l’épeautre favorise également son apparition.  Le brome est l’une des plantes les plus rares du monde ET la seule espèce endémique en Belgique, au point qu’il illustre la couverture de nombreuses Flores belges. 

Découverte en 1821, l’espèce se raréfia dans la seconde moitié du siècle avec le changement des méthodes agricoles et le recul de la culture de l’épeautre.  

Récoltée pour la dernière fois en 1935, elle est considérée comme éteinte depuis lors.  Heureusement, le Jardin botanique de l’Université de Liège en avait mis quelques plants en culture.  Lorsqu’il dut fermer, il en fit don à d’autres jardins botaniques.  Hélas, de nombreuses institutions botaniques ont également fermé leurs portes et leurs collections, parfois d’une très grande valeur, ont été perdues.  La preuve que les espèces menacées ne se trouvent pas seulement dans la forêt tropicale, mais bel et bien chez nous aussi !

Or, presque par hasard, un botaniste britannique, Dave Aplin, apprit les tribulations du brome.  Et le Dr Aplin travaille au Jardin botanique national de Meise mais est également actif dans le réseau ENSCONET (European Native Seed Conservation Network), le réseau européen de conservation des espèces indigènes.  

« A première vue, tout espoir était perdu pour le brome, mais en y regardant de plus près, j’ai retrouvé des semences dans notre banque de graines à Meise, poursuit le Dr. Aplin.  De nombreuses investigations internationales pour en trouver d’autres, notamment via Internet, ne m’ont mené à rien.  Finalement, un collectionneur privé belge en détenait quelques-unes mais dans de mauvaises conditions, rendant la germination bien improbable. Bref, les chances de retrouver quelque part ailleurs des graines de brome ne sont pas nulles, mais extrêmement minces. »

  « L’un des objectifs d’ENSCONET est de déterminer les meilleures techniques pour conserver les graines.  C’est absolument vital pour la conservation des espèces menacées d’extinction. ».  Dave Aplin recourut au « top » des ressources d’ENSCONET et pour Simon Linington, conservateur de la banque de graines «Millennium Seed Bank» (Wakehurst Place, Sussex) dépendant du célèbre Jardin botanique royal de Kew, pas de doute : vu la rareté de la ressource, il était impératif d’essayer de faire germer quelques graines.  Ce qu’il fit.    

Kew est le leader mondial de la recherche scientifique en matière de germination.  Meise se lança également dans l’aventure, les deux institutions retenant leur souffle pour le brome : « Jurassic Parc » ou « Final Countdown » ?

  « Le 6 septembre, un coup de fil m’a appris qu’à Kew, quelques graines belges commençaient à germer, raconte le Dr Aplin.  Un peu plus tard, les graines de Meise germaient également ! Pour la science, cela confirmait à la fois l’importance de l’existence des banques de graines comme celle de Meise pour la préservation des espèces menacées, ainsi que toute la pertinence des techniques mises en oeuvre par Kew. »  La BBC, Le Times, le Telegraph notamment viennent d’ailleurs de relayer fièrement l’information !

Toutefois, le brome demeure une espèce au bord de l’extinction.  Le mieux serait de réintroduire l’espèce en milieu naturel, en prenant évidemment toutes les précautions pour que l’histoire ne se répète pas.  Actuellement, les pousses se développent en un lieu tenu secret (sauf pour la presse qui souhaite voir le bébé !), et tout l’espoir réside dans le fait qu’elles produiront à leur tour des graines nouvelles pour assurer la conservation de l’espèce.

Nous souhaitons une nombreuse et fertile descendance au brome belge ressuscité, porteur de tant d’espoirs pour la conservation de la végétation mondiale...

Pour tout contact : Brigitte Vermaelen +32 2 260 09 49

 

Kiss of Life’ saves extinct grass:

Belgian endemic back for birthday celebrations

One of the world’s rarest grass species, the ‘Brome of the Ardennes’ (Bromus bromoideus) was until recently considered extinct. However, fresh, green shoots emerging from recently discovered seeds at the National Botanic Garden of Belgium, are causing quite a stir among European botanists in Belgium’s 175th anniversary of independence.

 This species holds a particular interest to Belgians, since its world distribution was almost exclusively restricted to the calcareous meadows of the provinces of Liege and Luxembourg, with strongholds around Rochefort, Beauraing and the town of Comblain-au-Pont where it was first discovered in 1821. It soon became botanists’ most celebrated native plant and its engraving adorned the cover of many an edition of the ‘Belgian Flora’. In the latter part of the 18th Century, the species became rare and has been absent in the wild for the last 70 years. The reasons for its demise are attributed to changes in farming practices and the preoccupation of professional botanists with new floral riches arriving from Africa and the Americas. Fortunately, seeds were cultivated at the University Botanical Garden of Liege (now closed) from which seeds were distributed to a few other institutes. Over recent decades, however, many of these gardens have suffered the same fate as Liege and their plants long since gone. Which demonstrates that threatened species are not only found in tropical forests, but underneath our everyday footsteps.

British botanist Dave Aplin, of the National Botanic Garden of Belgium in Meise, first became aware of the Brome’s infamous history while preparing for a European Native Seed Conservation Network (ENSCONET) meeting in Crete earlier this year. “I was searching for examples of extinct Belgian species to illustrate a presentation. At first it seemed that nothing was left of the Brome, but on investigating further we discovered a handful preserved deep in the vaults of our seed bank”. It was clear that Dr. Aplin was probably looking at the last few remaining seeds of this species in existence.

 “We then checked with botanists in Belgium, France (where a small population of the grass was once recorded) and scoured the internet, to see if anyone else had the Brome seeds or plants. However, the possibility of another private collector or garden having this grass should never be ruled out. I came across one nursery in America that listed this species in their catalogue, but discovered upon contacting them that they had never actually had them in their collection. I suppose that if I had looked further down their list I might have found free-range Dodo eggs as well!"

 Dr. Aplin’s investigations did reveal one small private collection of the Brome seeds in Flanders besides those at Meise. These privately-held seeds, having been kept for 10 years in an attic, were unlikely to have retained good viability. “One of the purposes of the ENSCONET project is to determine the best techniques in seed preservation. Modern seed banking facilities are a vital tool for conservation, capable of preserving seeds over hundreds of years by carefully reducing their moisture content, and maintaining them at an astonishing minus 20°C,” says Simon Linington, head of curation at Kew’s Millennium Seed Bank. With only a handful of seeds remaining, it was clear that the best method to determine their viability was to attempt to germinate some of them.

It was superb timing for this grass, as Dr. Aplin happened to be Belgium’s representative for ENSCONET and was therefore able to consult with many of Europe’s top conservation biologists. He was able to benefit from the EU-funded network and establish links with the Millennium Seed Bank (MSB) of the Royal Botanic Gardens, Kew, in Britain, one of the world’s leading seed science research institutes. A small number of seeds were immediately dispatched to them and both institutes waited with baited breath to see if they could give this species the ‘kiss of life’.

On September 6th, Dr. Aplin received the call he had been hoping for from Kew, confirming that some Meise seeds had successfully germinated. This also conveyed the information from Kew’s scientists about how best to incubate the precious remaining seeds.

“It was a relief to know that the garden’s seed bank was fulfilling its purpose and it illustrates the key role that botanic gardens have in conserving some of the world’s most vulnerable plant species,” said Thierry Vanderborght, seed bank manager at Meise.

 The future of the ‘Brome of the Ardennes’, however, remains uncertain. “We now believe the total number of viable seeds remaining to be fewer than 10,000, making this species one of the most threatened in the world. Of the total amount of seeds discovered in the bank less that 35% are viable, so it seems that time was indeed running out for this species”, claimed Dr. Aplin. “The best case scenario is for this species to be re-entered into the wild, although careful management will be needed to avoid a repeat of its history”.

Seedlings are now being grown at a secret location where it is hoped they will produce fresh seeds that can be bulked up and conserved in a variety of seed banks across Europe for safety and the long-term survival of Belgium’s most prized species. 

contact: Dr. Dave Aplin

links:

http://news.bbc.co.uk/2/hi/uk_news/england/southern_counties/4345492.stm  
http://www.timesonline.co.uk/article/0,,2-1829019,00.html  
http://www.telegraph.co.uk/news/main.jhtml?xml=/news/2005/10/17/ngrass17.xml&sSheet=/news/2005/10/17/ixhome.html