Plantentuin roept plantenliefhebbers op om veenvrije potgrond te gebruiken

Le Jardin botanique préserve les tourbières en changeant de terreau

Botanic Garden calls for plant lovers to go peat-free

02/04/2007

 

 

Plantentuin roept plantenliefhebbers op om veenvrije potgrond te gebruiken.

Nu de lente in de lucht zit, reppen tuinliefhebbers zich zoals gewoonlijk naar de tuincentra om hun voorraad zaai- en stekgrond in te slaan.  Nagenoeg alle potgrond die dit jaar in ons land verkocht zal worden, is gemaakt op basis van turf uit veengebieden.  De meeste plantenliefhebbers beseffen helaas niet dat ze door de aanschaf van potgrond meewerken aan de vernieling van de veengebieden, een van de meest unieke en kwetsbare habitats in Europa.  Bovendien draagt het ontginnen van veengebieden ook bij tot de klimaatsveranderingen, een hot item op dit ogenblik.

Enkele cm per eeuw

Veen ontstaat door ophoping van dode plantendelen, zoals veenmos, in moerassen en plassen.  Het veenpakket, vaak duizenden jaren oud want het groeit slechts enkele cm per eeuw aan, is zuur en voedselarm. Daardoor groeit er in veengebieden een zeer gespecialiseerde flora met soorten als zonnedauw, veenbes, of klokjesgentiaan. In de Lage Landen is tijdens de 19e en 20e eeuw bijna al het veen afgegraven om als brandstof, of als bodemverbeteraar  te gebruiken.  Bij ons kan je alleen in de Hoge Venen nog natuurlijke veenrestanten vinden. Gelukkig werden die vorige eeuw als natuurgebied beschermd. In Ierland werd enorm veel turf gestoken.  Daar blijft er van de oorspronkelijke 1 200 000 ha 1/12e over. In Zwitserland en Duitsland resten er nog slechts 500 ha en in Polen en Nederland schiet er zelfs niks meer over. De turf in de potgrond van vandaag komt vooral uit Oost-Europese, Scandinavische, Russische en Canadese venen.

 

Succesverhaal naar China

De Nationale Plantentuin van België was een van de eerste tuinen die aan de alarmbel trok en het een morele plicht vond op zoek te gaan naar alternatieven voor potgrond afkomstig uit veengebieden.  De internationale gemeenschap heeft gevraagd om dit succesverhaal toe te lichten op het 3e Wereldcongres van Botanische Tuinen dat volgende maand in China gehouden wordt.  De verantwoordelijke van de ‘collecties onder glas’ van de Plantentuin, Viviane Leyman.

"Eigenlijk kan je het niet goedpraten om in de horticultuur potgrond uit de veengebieden te blijven gebruiken, als je weet dat er uitstekende alternatieven op de markt zijn.  Wij kweken inmiddels al bijna een decennium lang, 10 000 verschillende plantensoorten in veenvrij kokossubstraat.  Het valt niet te rijmen om planten in klassieke potgrond te kweken terwijl dat aan de basis ligt van het verdwijnen van veengebieden en hun zeldzame plant- en diersoorten", aldus Mevr. Leyman.

 

Afval wordt grondstof

Er bestaat nochtans sinds geruime tijd een reeks van evenwaardige alternatieven op basis van afvalproducten zoals bv. compost, kokos en rijstkaf.  In Meise worden substraten op basis van kokos gebruikt.  Een van de planten die het in Meise uitstekend die in de kokosvezelgrond in nota bene de kokospalm zelf.  De laatste jaren doet hij het zelfs zo goed dat hij veelvuldig kokosnoten voortbrengt, helaas nog niet genoeg om zelf kokossubstraat mee te maken.  Kokossubstraat is zeer geschikt voor de meeste planten.  De Nationale Plantentuin roept plantenliefhebbers dan ook op om even na te denken en niet langer een bedreiging te vormen voor de veengebieden. 

 

Broeikasgas

In de meters dikke veenlagen  zit ook een enorme hoeveelheid koolstof opgeslagen die als CO2, het broeikasgas bij uitstek, vrijkomt bij de ontginning en vertering ervan.  Door de traditionele potgrond te mijden kan je dus ook de CO2 uitstoot beperken.  Bovendien zijn venen, net als fossiele brandstoffen, reserves die ooit opraken; kokos is daarentegen een hernieuwbare grondstof!

 

Kies voor veenvrije potgrond

Plantenliefhebbers zouden in de tuincentra hun wens moeten kenbaar maken om veenvrije potgronden te verkiezen. Aan die vraag kan zelfs vandaag de dag voldaan worden.

De macht ligt dus bij elke tuinliefhebber om deze vicieuze cirkel te doorbreken.  De Plantentuin is inmiddels bijzonder fier om dit succesverhaal op het prestigieuze Chinese forum uit de doeken te mogen doen en hopen dat velen ons voorbeeld zullen volgen.

De Nationale Plantentuin wil geen enkel merk van alternatieve potgrond in het bijzonder promoten.  Merken en informatie kan je makkelijk vinden via een zoekmachine op het internet.

Le Jardin botanique national préserve les tourbières en changeant de terreau

Jardiner en utilisant l’or brun qu’est la tourbe, c’est détruire des milieux d’une grande valeur biologique – les tourbières –, régulatrices de surcroît des changements climatiques.  Heureusement, il existe d’autres solutions : le Jardin botanique national en apporte la démonstration !

Le printemps est là, c’est le moment pour les jardiniers d’acheter leur matériel pour semer, bouturer, rempoter,... Hélas, la tourbe entre dans la composition de la plupart des terreaux disponibles.  Cet usage horticole signifie la destruction de milieux d’une grande richesse écologique : les tourbières.  Ces zones humides acides, froides, très pauvres en nutriments, abritent des plantes très spécifiques telles que les sphaignes, droséras (plantes carnivores), mousses, linaigrettes, canneberges,... 

 

Un siècle = 5 cm de tourbe !

Dans l’eau, les plantes finissent par se décomposer lentement en matière organique, la tourbe,... à raison de 5 cm par siècle en moyenne ! Il faut donc des milliers d’années pour former une tourbière, alors que la Grande-Bretagne, par exemple, extrait chaque année de son sol près de 2 millions de m3 de tourbe.  Ce type d’exploitation industrielle ne laisse aucune chance à la tourbière de se régénérer ; elle remplace le précieux écosystème par un milieu stérile.  En Irlande, il ne reste aujourd’hui que 1/12ème des 1.200.000 ha des tourbières originelles; aux Pays-Bas et en Pologne, elles ont pratiquement disparu et c’est maintenant le reste de l’Europe de l’Est et la Scandinavie qui exportent leur tourbe à grande échelle.

 

Les tourbières freinent les changements climatiques

Or, en plus de leur valeur en termes de flore et de faune (surtout des papillons, libellules, araignées qui ont réussi à s’adapter à ce milieu difficile), les tourbières jouent un rôle régulateur important à deux points de vue.  Elles empêchent les inondations en jouant les éponges géantes car une tourbière se compose de 80 à 90 % d’eau.  De plus, la tourbe sèche se compose d’environ 50 % de carbone.  Sans la tourbière, le gaz carbonique contenu dans le carbone se serait retrouvé dans l’atmosphère en aggravant le réchauffement global du climat. 

Mais hélas, l’utilisation horticole de la tourbe réveille le cycle du carbone par l’apport de micro-organismes liés à tout jardinage, et la tourbe du terreau relâche peu à peu le gaz carbonique qu’elle séquestrait.

 

Dix ans d’expérience « zéro tourbe »

Conscient de ces enjeux et de ses responsabilités, le Jardin botanique national de Belgique, à Meise, a été l’un des premiers jardins botaniques à trouver des alternatives à la tourbe : impossible en effet de protéger des plantes rares ou menacées au prix de la destruction des précieuses tourbières. 

Viviane Leyman, responsable des collections sous verre, présentera cette success story lors du prochain congrès mondial des Jardins botaniques, à Wuhan (Chine), le mois prochain. « Il existe d’excellentes alternatives à la tourbe sur le marché », confirme-t-elle.  « Depuis presque 10 ans, nous faisons pousser avec succès, dans les 60 serres du Jardin botanique, 10.000 espèces végétales dans des substrats sans tourbe.  Par exemple, nous utilisons du compost constitué des parties végétales non utilisées par l’industrie du riz.  Ou encore des substrats à base de fibre de noix de coco.  Les cocotiers du Jardin botanique adorent particulièrement ce terreau ! Mais les plantes, d’une manière générale, s’y plaisent tout à fait. Le Jardin botanique national présente l’exemple parfait de la réussite de la culture sans tourbe. »

Jardinons sans tourbe !

Aussi, comme il le fera en Chine en avril devant la communauté internationale, le Jardin botanique national appelle aujourd’hui chaque jardinier, d’Ostende à Virton, à ne plus utiliser de terreau contenant de la tourbe.  Posons un geste concret de protection de la nature en achetant des alternatives renouvelables à cet or brun.  Ces alternatives existent dans le commerce, et il est certain que les jardineries développeront davantage cette offre dans la mesure où le client -quasiment chacun(e) d’entre nous - la leur demanderont.

 

Un petit geste concret pour le jardinier, un grand bénéfice pour notre planète et le climat.

Le Jardin botanique national ne souhaite pas faire la promotion d’une marque en particulier.  Bien des informations sont disponibles sur Internet en tapant « terreau sans tourbe » sur un moteur de recherche.

Botanic Garden calls for plant lovers to go peat-free:

Success story to be told in China

Spring has arrived and keen gardeners everywhere will be visiting their local garden centres, buying compost to start off their seeds or cuttings. Almost all composts sold this year in Belgium will be peat-based. Many plant lovers do not realise that by buying this kind of soil they are contributing to the destruction of European peat bogs, a unique and highly endangered natural habitat and adding to global warming.

 The National Botanic Garden in Meise was one of the first gardens in the world to wake up to this fact, find suitable alternatives to peat and act responsibly by using them in the garden. Their success story has been selected for presentation at the 3th Global Botanic Garden Congress in China next month, where Glasshouse Manager Viviane Leyman will be encouraging delegates to go peat-free.

“The continued use of peat by horticulture is dreadful, especially as excellent alternatives exist. We grow over 10,000 different types of plants in peat-free coco-fibre compost. We believe that it is counter-intuitive to grow plants in peat compost because it directly endangers peat bogs and the plants and animals that live there”, said Ms. Leyman.

A number of peat alternatives exist. Composts based on coconut fibre, a waste product from the coconut shelling industry, are the most popular. Amongst the plants flourishing at Meise on this substrate is not surprisingly the coconut palm. In recent years it has done so well it is even starting to produce nuts, although not yet enough for the Garden to consider growing its own compost! Composts based on shells of these nuts are suitable for the vast majority of plants that gardeners grow. Meise is calling on all plant lovers to help save Europe’s disappearing peat bogs by going peat free.   

Draining peat bogs also allows carbon, locked within the ground over thousands of years, to be suddenly released as carbon dioxide - the gas responsible for the global warming. By going peat free people can significantly reduce their carbon footprint.

Gardeners all over Belgium should demand peat-free alternatives and if they are not available in their local store they should request it. Many retailers will only start stocking peat alternatives as routine if there is demand, and that is up to every responsible gardener to create. We are immensely proud that Meise’s story can be told on such a prestigious platform in China and hope our example will encourage others to go peat-free.