Plantentuin Meise

 Er groeit iets in Meise!

Emiel Van Rompaeyprijs voor Plantkunde | Français

Léon DelvosalleDe prijs zal in 2015 voor de zestiende keer worden uitgereikt. Kandidaturen kunnen in-gediend worden door individuele kandidaten, door verschillende personen samen of door verenigingen, en moeten binnen zijn vóór 20 mei 2015; zij mogen ook door andere personen dan de kandidaten zelf worden voorgedragen.

Laureaten

Reglement

Bij testament heeft juffrouw Irma Van Rompaey, de op 20 april 1982 overleden zuster van Emiel Van Rompaey, een geldsom gelegateerd aan de Nationale Plantentuin van België; de intresten van dit kapitaal moeten aangewend worden voor het toekennen van een tweejaarlijkse Emiel Van Rompaey-prijs voor floristiek in de ruime betekenis.

Emiel Van Rompaey (1895 -1975) was een pionier van het vernieuwde floristische onderzoek in België en bleef hierin tot aan zijn dood een leidende rol spelen. [Zie De Langhe J.E., 1976 - In memoriam Emiel Van Rompaey. Dumortiera 4: 1-4.]

Kandidaturen kunnen ingediend worden door enkelingen, verschillende personen samen of verenigingen, en moeten binnen zijn vóór 20 mei van de onpare jaren. Ze mogen ook door andere personen dan de kandidaten zelf worden voorgedragen.

Alle briefwisseling omtrent deze prijs dient gericht aan de

Plantentuin Meise
Emiel Van Rompaeyprijs
Domein van Bouchout
1860 Meise




Laureaten Emiel Van Rompaeyprijs

1985 (periode 1983-1984):
J. Lambinon / J.E. De Langhe / L. Delvosalle / J. Duvigneaud / C. Vanden Berghen: "Nouvelle Flore de la Belgique, du Grand-Duché de Luxembourg, du Nord de la France et des régions voisines".

1987 (periode 1985-1986):
D. Tyteca: "Etude approfondie des Orchidées de Belgique".
M. Hermy: "Uitgebreide studie van het bos in Vlaanderen".

1989 (periode 1987-1988):
G.H. Parent: "La botanique de terrain dans le district lorrain".

1991 (periode 1989-1990):
1. P. Diederich: "Cinq publications présentant un inventaire complet des lichens épiphytiques et leurs champignons lichénicoles (macrolichens exceptés) du Grand-Duché de Luxembourg".
2. Antwerpse Mycologische Kring: Publicaties van de vereniging: "Mededelingen van de Antwerpse Mycologische Kring" en "Sterbeeckia".

1993 (periode 1991-1992):
R. Fabri: "Travaux sur les ombellifères de la flore belge et luxembourgeoise".

1995 (periode 1993-1994):
1. M. Hoffmann: "Verspreiding, fytosociologie en ecologie van epifyten en epifytengemeenschappen in Oost- en West-Vlaanderen".
2. A. Zwaenepoel: "Beheer en typologie van wegbermvegetaties in Vlaanderen".

1997 (periode 1995-1996):
A. Vanderpoorten: "A bryological survey of the Brussels Capital Region (Belgium)".

1999 (periode 1997-1998)
Werkgroep Honegem: "De Flora van Honegem".
S. Godefroid: "Etude de la flore de la Région de Bruxelles-Capitale".

2001 (periode 1999-2000):
Filip Verloove: "Werken en publicaties van de vier voorbije jaren".

2003 (periode 2001-2002):
Damien Ertz: "Contributions à l'étude de la flore lichenénique de Belgique".

2005 (periode 2003-2004):
Luc Lenaerts met medewerking van Hugo Vanderlinden en Jean Vangrinsven: "Atlas Paddestoelen in Limburg, Verspreiding en Ecologie / Determinatiegids".

2007 (periode 2005-2006):
Flo.Wer vzw: "Atlas van de Flora van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest".


2009 (periode 2007-2008):
Luc Allemeersch: "De flora van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: een systematische inventarisatie en een vergelijkende studie met analyse van verschillen in tijd en ruimte"

2011 (periode 2009-2010)
Léon Delvosalle : "Atlas Floristique IFFB - France NW.N et NE. Belgique-Luxembourg, Ptéridophytes et Spermatophytes"


2013 (periode 2011-2012)

Arthur Vanderweyen & André Fraiture : "Catalogue des Uredinales de Belgique"

Dries Van den Broeck : "Atlas van de epifytische korstmossen en de erop voorkomende lichenicole fungi van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest"

2015 (periode 2013-2014)

Anne Ronse : “Werk over de flora van het domein van de Plantentuin te Meise “


Reglement

Art. 1    De Nationale Plantentuin van België schrijft een tweejaarlijkse "Emiel Van Rompaey-prijs voor Plantkunde" uit voor werken die betrekking hebben op de taxonomie, de inventarisatie, de verspreiding of de bescherming van de zaadplanten- of sporeplantenflora van België, het Groothertogdom Luxemburg en de streken die onmiddellijk aan deze beide landen grenzen. De prijs of een gedeelte ervan kan toegekend worden voor een afzonderlijk en zelfstandig werk of voor meerdere samenhorende werken, tot stand gebracht door een enkele auteur, door een collectief van auteurs of door één of meer verenigingen met rechtspersoonlijkheid. Een dossier bestaande uit meerdere werken tot stand gebracht door verschillende auteurs, wordt slechts in aanmerking genomen indien het een homogeen geheel vormt. De werken moeten dateren uit één van de vier jaren vóór het jaar van indiening.
Desgevallend kan een onderwerp voorgesteld of opgelegd worden; dit wordt dan minstens vier jaar vooraf bekend gemaakt.

Art. 2    Het in aanmerking komend werk moet grondig en oorspronkelijk zijn en kan bestaan uit gepubliceerde teksten of illustraties, publiceerbare getypte manuscripten, materieel werk (b.v. flora-inventarissen), illustratie van de flora van België en van het Groothertogdom Luxemburg, acties voor het behoud van bedreigde soorten of hun standplaats. De taal van de teksten is Nederlands, Frans, Duits of Engels.

Art. 3    Binnen de drie maanden na de proclamatie van de prijs, moet de laureaat beslissen of hij zich al dan niet het recht voorbehoudt de bekroonde inzending - voor zover nog niet gepubliceerd - zelf eventueel te publiceren of te gebruiken. Hij moet deze beslissing per aangetekende brief aan het in artikel 4 vermelde adres sturen, zoniet wordt hij geacht onherroepelijk afstand te hebben gedaan aan de Nationale Plantentuin van al zijn auteursrechten op de bekroonde inzending, inbegrepen de rechten van vertaling; de Nationale Plantentuin krijgt dan het recht de bekroonde inzending uit te geven, te laten uitgeven of anders te gebruiken.

Art. 4    Het volledig dossier van kandidaatstelling moet ingediend worden tussen 1 januari en 20 mei van de onpare jaren; het wordt gericht aan de Nationale Plantentuin van België, E. Van Rompaey-prijs, Domein van Bouchout, 1860 Meise.
Naast het eigenlijke werk, zal het dossier eveneens en in zesvoud bevatten: (1) een samenvatting, (2) een toelichting die aantoont dat het ingediende werk betrekking heeft op de domeinen die binnen het toepassingsgebied van de prijs vallen (zie art. 1), en (3) de lijst van ingediende publicaties of andere stukken.

Kandidaturen mogen ook door andere personen dan de kandidaat zelf voorgedragen worden. In ieder geval moet de kandidaat een "voor akkoord" getekend exemplaar van het voorliggend reglement afleveren, vóór hij voor een prijs in aanmerking kan komen.

Art. 5    De jury wordt samengesteld uit een vertegenwoordiger van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, een vertegenwoordiger van de Académie Royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique, de voorzitter van de Koninklijke Belgische Botanische Vereniging of zijn afgevaardigde en twee vertegenwoordigers van de Nationale Plantentuin van België aangeduid door de Directieraad, een vertegenwoordiger van de A.E.F., een vertegenwoordiger van Flo.Wer, en een buitenlands lid gecoöpteerd door de andere leden van de Jury. Nederlandstaligen en Franstaligen zullen in gelijk aantal vertegenwoordigd zijn. De directeur van de Plantentuin roept de jury samen.
De jury duidt tussen haar leden een voorzitter en een secretaris aan.
De jury zal uitspraak doen in de loop van het jaar van indiening.
De jury beslist met meerderheid van stemmen. Zij stelt een geschreven verslag op. Zij behoudt zich het recht voor de prijs niet toe te kennen of slechts een gedeelte van het bedrag van de prijs uit te reiken. Zij is niet verplicht haar beslissing te rechtvaardigen.
De laureaten zullen geproclameerd worden in een openbare zitting.

Art. 6    De oproep voor kandidaturen gebeurt in het tijdschrift "Dumortiera", doch kan ook langs andere geëigende wegen geschieden.

Art. 7    Het totale bedrag van de prijs wordt voor iedere periode bepaald door de Beheerscommissie van de Rechtspersoonlijkheid van de Nationale Plantentuin van België, rekening houdend met de zuivere opbrengst van het legaat van 12.395 EUR (500.000 BEF). Indien zij het nuttig oordeelt, kan de jury eigenmachtig het bedrag splitsen, doch de delen mogen niet kleiner zijn dan een vierde van het totaal. De niet uitgereikte bedragen worden bij het kapitaal gevoegd.

Art. 8    Voor al de gevallen die niet in dit reglement voorzien zijn, beslist de jury zonder verhaal.

Art. 9    Dit reglement kan gewijzigd worden door de Beheerscommissie van de Rechtspersoonlijkheid van de Nationale Plantentuin van België samen met de notaris, uitvoerder van het testament waarbij de prijs werd ingesteld, beslissend bij volstrekte meerderheid van de vergadering waarop minstens de helft van de stemgerechtigde leden van de Beheerscommissie aanwezig zijn.

Het logo van Plantentuin Meise Even voorstellen | Opdracht | Geschiedenis | Vacatures | Vrijwilligers | PartnersSteun ons | Contact | © 2015 Plantentuin Meise Facebook Twitter Youtube Flickr Newsletter Issuu Scribd