Plantentuin Meise

 Onderzoek

2014 - Een nieuwe methode om de mondiale diversiteit van bodemschimmels beter in te schatten | Français


CongoOm de biodiversiteit van fungi (schimmels) in te schatten zou men in principe soorten moeten kunnen onderscheiden op basis van hun zwamvlok. Omdat zwamvlokken zeer weinig bruikbare morfologische kenmerken hebben, maken onderzoekers noodgedwongen gebruik van vruchtlichamen (paddenstoelen) om de diversiteit van schimmels te bepalen.

Overal ter wereld worden soortenlijsten en andere biodiversiteitsgegevens gebruikt om de verhouding in de aantallen planten en schimmels te berekenen. Doorgaans, en afhankelijk van de regio, toont deze verhouding aan dat er per plantensoort ongeveer vier tot zes schimmelsoorten zijn. Ondanks het feit dat deze verhouding gebaseerd is op lokale, maar zeer grondige analyses, werd ze ook gebruikt om de mondiale diversiteit van fungi af te kloppen op 1,5 miljoen soorten. Omdat vruchtlichamen (paddenstoelen) kortstondig en onregelmatig tevoorschijn komen leidt dit echter tot een onderschatting. Onderzoekers zijn daarom steeds blijven zoeken naar een betere en vooral directere manier om de diversiteit van schimmels te bepalen.

Dankzij de DNA-metabarcodingtechniek en taxonomisch geannoteerde bestanden met DNA-sequenties, zijn recent nieuwe mogelijkheden ontstaan om de biodiversiteit te meten. In Estland startte een internationaal project met 35 onderzoekers die allemaal bereid waren om de mondiale diversiteit van schimmels te herbekijken. Een van de mycologen van de Plantentuin vervoegde dit project en in twee jaar tijd verzamelde het hele team wereldwijd bodemstalen en gegevens uit 365 verschillende ecosystemen. Hierbij nam de Plantentuin een aantal bostypes uit de Democratische Republiek Congo voor zijn rekening.

De resultaten van dit project tonen aan dat plantenrijkdom geen eenduidige indicator is voor de diversiteit van schimmels. Op wereldschaal zijn klimaat (gemiddelde neerslag per jaar, seizoenaliteit), gevolgd door bodemtype (calcium, fosfor, pH), ruimtelijke aspecten (afstand tot de evenaar) en bosbrand (frequentie) allemaal sterkere factoren om de diversiteit en de gemeenschappen van bodembewonende fungi te voorspellen.

Met uitzondering van ectomycorrhizavormende symbionten, is de soortenrijkdom in alle functionele groepen van fungi (saprotrofen, symbionten, parasieten) onafhankelijk van de plantenrijkdom. Dit veronderstelt ook dat plantgeïnduceerde veranderingen in de bodem geen of weinig effect hebben op de diversiteit van bodembewonende fungi.

De onderzoeksploeg ontdekte ook dat de verhouding in de aantallen planten en zwammen geografisch niet constant is en duidelijk afneemt naar de polen. De graad van endemisme is zeer hoog in de tropische gebieden en neemt exponentieel af naar de polen toe. Veel taxonomische groepen hebben daarenboven vertegenwoordigers in ver uiteen liggende continenten. De sterke biogeografische link tussen continenten suggereert dat fungi veel efficiënter verspreid worden dan andere organismen.

Dit onderzoek heeft ons algemeen beeld over de diversiteit en het verspreidingspatroon van fungi op wereldschaal fundamenteel veranderd. We weten nu ook dat de aantalsverhoudingen tussen planten en zwammen de soortenrijkdom van fungi overschatten met een factor 1,5 tot 2,5.

Deze gemeenschappelijke studie werd gepubliceerd in: L. Tedersoo et al., Global diversity and geography of soil fungi. Science 346, 1256688 (2014). http://dx.doi.org/10.1126/science.1256688




Een overzicht van onze activiteiten in Afrika:

  1. Kennis over Afrikaanse planten en paddenstoelen bewaren.
  2. Kennis over Afrikaanse planten en paddenstoelen delen.
  3. Afrikaanse planten en paddenstoelen onderzoeken.
  4. Samenwerken met Afrikaanse botanische tuinen en onderzoekers
Het logo van Plantentuin Meise Even voorstellen | Opdracht | Geschiedenis | Vacatures | Vrijwilligers | PartnersSteun ons | Contact | © 2017 Plantentuin Meise Facebook Twitter Youtube Flickr Newsletter Issuu Scribd